ECLI:NL:RBZWB:2026:4734

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
11946218 CV EXPL 25-3597 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Goedegebuur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230v lid 3 BWArt. 6:96 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging koopovereenkomst wegens niet-naleving informatieverplichting bestelknop

In deze civiele bodemzaak tussen Capabel Onderwijsgroep B.V. en een consument heeft de kantonrechter de koopovereenkomst gedeeltelijk vernietigd. De consument had een betalingsverplichting aangegaan via een bestelproces, maar de rechter oordeelde dat de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW niet was nageleefd omdat alleen de tekst op de bestelknop relevant is, niet de overige bestelprocesinformatie.

Capabel stelde dat de consument voldoende geïnformeerd was over de betalingsverplichting, maar de rechter volgde het tussenvonnis en het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 april 2022, waarin werd bepaald dat alleen de bestelknoptekst telt. Hierdoor werd de overeenkomst voor 33,33% vernietigd, wat leidt tot een vermindering van het te betalen bedrag.

De consument had al € 5.104,00 voldaan, en de resterende hoofdsom van € 2.352,00 werd met 33,33% verminderd tot € 1.568,08. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 3 januari 2025. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De consument werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, de wettelijke rente en de proceskosten van € 1.202,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De koopovereenkomst wordt voor 33,33% vernietigd en het te betalen bedrag verminderd tot € 1.568,08 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11946218 \ CV EXPL 25-3597
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
CAPABEL ONDERWIJSGROEP B.V.,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Capabel,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis in deze zaak van 15 april 2026;
- de akte na tussenvonnis aan de zijde van Capabel.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Al hetgeen in het tussenvonnis van 15 april 2026 is overwogen en beslist wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
2.2.
In voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter Capabel in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Bij akte is Capabel hiertoe overgegaan.
2.3.
Capabel stelt dat uit het bestelproces voldoende naar voren komt dat [gedaagde] een betalingsverplichting aangaat. Alle prijzen staan duidelijk vermeld in het proces en de pagina met de bestelknop, toont eveneens de knop ‘nu voldoen’, die staat onder het kopje inschrijfgeld. Het kan dan ook niet anders dan dat [gedaagde] wist dat zij met deze overeenkomst een betalingsverplichting aanging, aldus Capabel. Capabel is dan ook van mening dat het onredelijk zou zijn de overeenkomst met 33,33% te vernietigen.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat de stellingen van Capabel niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Zoals in het tussenvonnis al is overwogen, moet alleen rekening worden gehouden met de woorden op de bestelknop waarmee de consument het bestelproces afrondt. Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 april 2022 (ECLI:EU:C:2022:269). Hierin wordt uitdrukkelijk vermeld dat er geen acht mag worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces. Dat de prijzen duidelijk vermeld zouden zijn in het proces en dat de pagina met de bestelknop ‘nu voldoen’ toont, volstaan daarom niet om aan de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW te voldoen. Dit betekent dat de kantonrechter de overeenkomst tussen partijen voor 33,33% vernietigt, zodat het door [gedaagde] verschuldigde bedrag met dat percentage moet worden verminderd.
Te betalen bedrag
2.5.
Capabel vordert aan hoofdsom een bedrag van € 2.778,98. De kantonrechter wijst niet de gehele hoofdsom toe. Vaststaat dat [gedaagde] tijdens de looptijd van de overeenkomst reeds een bedrag van € 5.104,00 aan termijnen heeft voldaan. De resterende hoofdsom bedraagt hiermee vóór toepassing van de gedeeltelijke vernietiging € 2.352,00.
2.6.
Nu de koopovereenkomst voor 33,33% zal worden vernietigd en het te betalen bedrag van € 2.352,00 dientengevolge met voornoemd percentage zal worden verminderd, zal een bedrag van € 1.568,08 worden toegewezen.
De wettelijke rente
2.7.
[gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de wettelijke rente niet bestreden. [gedaagde] is in verzuim komen te verkeren met betalen vanaf 3 januari 2025. Dat is de datum waarop de betalingstermijn is verstreken die aan [gedaagde] in de brief van 20 december 2024 is gegeven. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar over het toegewezen deel van de hoofdsom vanaf 3 januari 2025.
De buitengerechtelijke incassokosten
2.8.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] in verzuim verkeerde toen de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW Pro werd verstuurd, terwijl artikel 6:96 lid 6 BW Pro dat wel verlangt. Er is dus niet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro voldaan. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
De proceskosten
2.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Capabel worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.202,64
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Capabel te betalen een bedrag van € 1.568,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.202,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.