Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de minister
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Alle inspectierapporten en rapporten van bevindingen die de NVWA heeft opgemaakt in de periode 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024 naar aanleiding van welzijnsschendingen bij de Nederlandse roodvleesslachterijen en bij de aanvoer van dieren, inclusief bijbehorende documenten, zoals veterinaire verklaringen, bevindingenbrieven, waarschuwingsbrieven en het bijbehorende beeld- en audiomateriaal.
- De specifieke interventies die uit deze inspecties zijn voortgekomen, zoals corrigerende en bestraffende maatregelen, waaronder tenminste vallen – maar niet beperkt tot – schriftelijke waarschuwingen, bestuurlijke boetes en boeterapporten, alsmede opgemaakte processen-verbaal t.b.v. strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie.
- Alle (interne) werkinstructies van directie Keuren die zien op dierenwelzijnsinspecties bij Nederlandse roodvleesslachterijen.
Ten tweede heeft eiseres geen omstandigheden aangevoerd die rechtvaardigen dat informatie moet worden geweigerd op grond van de uitzonderingsgronden van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e en h, van de Woo en de uitzonderingsgrond van artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo.
In de vijf documenten heeft de minister passages weggelakt. Tegen het weglakken heeft eiseres geen gronden aangevoerd. De minister heeft verder geen ongelakte versies van deze documenten ingediend met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb. De reeds gelakte passages zal de rechtbank daarom ook niet beoordelen.
en bij de aanvoer van dieren, inclusief bijbehorende documenten, zoals veterinaire verklaringen, bevindingenbrieven, waarschuwingsbrieven en het bijbehorende beeld- en audiomateriaal.” De minister heeft hieruit kunnen afleiden dat het Woo-verzoek niet alleen ziet op informatie over slachthuizen, maar ook op andere bedrijven in deze keten zoals het melkveebedrijf van eiseres. Het staat verder niet ter discussie dat de vijf documenten als zodanig gelet op de inhoud vallen onder de reikwijdte van punt één en twee van het Woo-verzoek. In deze documenten staan de bedrijfsnaam en het bedrijfsadres van eiseres vermeld, waardoor deze informatie ook om die reden in beginsel binnen de reikwijdte van het verzoek valt. Een andere interpretatie van het Woo-verzoek zou in dit geval te restrictief zijn. Zowel onderdeel één als twee van het Woo-verzoek rechtvaardigen dus de conclusie van de minister dat de bedrijfsnaam (en het bedrijfsadres) van eiseres binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek valt.
De ABRvS heeft op 12 juli 2023 een uitspraak gedaan over het openbaar maken van bedrijfsnamen en artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob). [8] Het bestuursorgaan in die zaak had openbaarmaking van (een aantal) bedrijfsnamen geweigerd, omdat daarin de familienaam voorkwam waardoor het ook mogelijk was om de woonadressen van de families te achterhalen. In de uitspraak beaamt de ABRvS dat het openbaar maken van deze familienamen een inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de bij die bedrijven betrokken personen, maar het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer weegt in dat geval echter niet zwaarder dan het belang van openbaarmaking van de bedrijfsnamen. Het uitgangspunt van de Wob is namelijk dat openbaarheid de regel is en dat uitgangspunt weegt zwaar in de belangenafweging. De vrees voor acties van activisten was niet concreet gemaakt. [9] De algemene verwijzing naar nieuwsberichten over acties bij bedrijven van activisten is onvoldoende om aannemelijk te maken dat er ook een concreet en actueel risico is dat de bedrijven worden geconfronteerd met dergelijke acties. Bovendien mag openbaarmaking van de bedrijfsnamen niet afhankelijk zijn van de omstandigheid of een bedrijf ervoor kiest zijn eigen familienaam daarvoor te gebruiken. Voor zover de families achter de bedrijven door openbaarmaking van de bedrijfsnamen vrezen voor stigmatisering, is van belang dat het een vrije keuze is om de familienaam als bedrijfsnaam te gebruiken.
bijvoorbeeldvan (voorheen) de NCTB en/of de AIVD. [19] Een actuele dreiging kan dus ook met andere concrete gegevens aannemelijk worden gemaakt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
document:een door een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, opgemaakt of ontvangen schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens dat naar zijn aard verband houdt met de publieke taak van dat orgaan, die persoon of dat college.