ECLI:NL:RBZWB:2026:4686
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken bezwaarprocedure ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 november 2025, waarin het beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet volgen van de bezwaarprocedure zoals vereist op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Opposant had na het indienen van het beroepschrift op 10 juni 2025 pas op 1 augustus 2025 een bezwaarschrift ingediend bij het college, waardoor de rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was. In het verzet stelde opposant dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had gedaan en dat het bewijs niet juist was meegewogen, maar gaf geen reden waarom de bezwaarprocedure kon worden overgeslagen.
De rechtbank beoordeelde dat het verzet zich alleen richt op de niet-ontvankelijkverklaring en dat inhoudelijke gronden tegen het optreden van de gemeente niet aan de orde zijn in het verzet. Omdat opposant geen geldige gronden aanvoerde om de bezwaarprocedure te omzeilen en het verzet zich niet richtte op de procedurele vraag, verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.