ECLI:NL:RBZWB:2026:4677
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning woningbouw ondanks strijdig voorschrift landschappelijke inpassing
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda verleende vergunninghoudster een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een perceel in Breda. Verzoekers, twee verenigingen, maakten bezwaar tegen deze vergunning en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het bezwaar een redelijke kans van slagen had en of het bestreden besluit geschorst moest worden. Verzoekers stelden dat het college de vergunning niet had mogen verlenen omdat de landschappelijke inpassing niet tijdig was gerealiseerd zoals voorgeschreven in het bestemmingsplan. Het college had een voorschrift verbonden aan de vergunning dat de inpassing binnen twee jaar na gronduitgifte moest plaatsvinden, wat strijdig was met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat dit voorschrift inderdaad in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat dit gebrek hersteld kon worden in de bezwaarprocedure. Ook was er een motiveringsgebrek omdat het watertoetsadvies van het waterschap niet in het dossier zat, maar dit vormde geen reden voor schorsing. Verder oordeelde de rechter dat een uitvoerbaarheidstoets flora en fauna niet vereist was bij deze vergunning. Gezien de beperkte aard van de gebreken en de mogelijkheid tot herstel, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor woningbouw wordt afgewezen ondanks een strijdig voorschrift en motiveringsgebrek.