Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4670

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
24/7017 WMO
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing vervoersvoorziening Wmo wegens onvoldoende onderzoek

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 augustus 2024 van de Bevelanden waarin een vervoersvoorziening op grond van de Wmo 2015 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 3 september 2025 en constateerde in een tussenuitspraak dat het onderzoek naar de vervoersbehoefte en de wijze van vervoer onvoldoende was.

Nader onderzoek door Stichting SAP bracht aan het licht dat eiseres slechts kortdurend rechtop kan zitten en tot ongeveer een uur in een liggende of half zittende positie vervoerd kan worden. De Bevelanden heeft echter onvoldoende onderzocht of vervoer in een reguliere auto of regiotaxi met de benodigde stoelverstelling mogelijk en veilig is, en heeft ook de regionale vervoersbehoefte onvoldoende in kaart gebracht.

De rechtbank oordeelt dat de rapportage van Stichting SAP zorgvuldig is en dat de Bevelanden de gebreken niet heeft hersteld. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd en de Bevelanden wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de Bevelanden veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres.

Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de vervoersvoorziening wordt vernietigd en de Bevelanden moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7017 WMO

uitspraak van 28 mei 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. M. Tracey,
en
het dagelijks bestuur van gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden(de Bevelanden), verweerder.

Procesverloop

1.1
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 augustus 2024 (bestreden besluit) van de Bevelanden over de afwijzing van een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
1.2
Het beroep is op 3 september 2025 op zitting behandeld.
1.3
Met de tussenuitspraak van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank gebreken in het bestreden besluit geconstateerd en de Bevelanden in de gelegenheid gesteld om die gebreken te herstellen.
1.4
De Bevelanden heeft in reactie op de tussenuitspraak nader onderzoek laten verrichten door Stichting SAP en van die stichting een rapportage van 12 november 2025 overgelegd. Daarnaast heeft de Bevelanden in de brieven van 19 en 26 november 2025 en een e-mailbericht van 3 december 2025 gereageerd op de tussenuitspraak.
1.5
Eiseres heeft met de brieven van 16 december 2025 en 2 februari 2026 schriftelijk commentaar gegeven op de reacties van de Bevelanden.
1.6
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek op 4 februari 2026 gesloten. Op 13 februari 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropent omdat de reactie van eiseres van 2 februari 2026 nog niet was doorgezonden aan de Bevelanden en het onderzoek na doorzending daarvan weer gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Voor een weergave van de feiten, de beroepsgronden en het wettelijk kader verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.
Tussenuitspraak
3. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat de Bevelanden de regionale vervoersbehoefte van eiseres en de manier waarop zij moet worden vervoerd – half liggend of liggend – onvoldoende heeft onderzocht. Daarbij is onduidelijk gebleven wat onder liggend of half liggend moet worden verstaan. De rechtbank achtte het aangewezen dat de Bevelanden hierover nadere vragen zou stellen aan Stichting SAP. Daarna zou de Bevelanden moeten onderzoeken of die wijze van vervoer met een reguliere autostoel in de gemiddelde auto bereikt kan worden, of dat dat alleen in een specifiek model auto en/of met aanpassingen mogelijk is. Tot slot zou de Bevelanden moeten onderzoeken of eiseres op die wijze met de regiotaxi kan reizen.
Onderzoek Stichting SAP
4. Verzekeringsarts Raad van Stichting SAP heeft eiseres gezien, haar lichamelijk en psychisch oriënterend onderzocht en dossieronderzoek verricht. Hij heeft op 12 november 2025 gerapporteerd dat eiseres vanuit medisch oogpunt slechts kortdurend, circa 10 minuten, rechtop kan zitten en tot ongeveer 1 uur in liggende of half zittende positie, tot ongeveer 30 graden.
Reactie van de Bevelanden
5. De Bevelanden heeft naar aanleiding van deze rapportage twijfel of eiseres, gelet op het medisch advies van Stichting SAP, gebruik kan maken van de auto voor activiteiten in de regio, zoals bezoeken aan de begraafplaats. De Bevelanden denkt dat eiseres niet of nauwelijks deel kan nemen aan dergelijke activiteiten.
De Bevelanden merkt ook op dat eiseres tot op heden nog gebruik maakt van de huidige auto. Als die auto is afgekeurd en eiseres hier geen gebruik meer van kan maken, kan er een nieuwe melding worden gedaan.
De Bevelanden heeft nadere informatie ingewonnen bij onder meer een Renault dealer en de regiotaxi over de vervoersmogelijkheden.
De Renault dealer heeft aangegeven dat de exacte hoek, waarin de bijrijdersstoel gekanteld kan worden, per model kan verschillen en op voorhand dus niet te zeggen is wat universeel de maximale kantelhoek is. Dealers mogen in verband met de veiligheid geen stoelen uit andere auto’s overplaatsen. Het bedrijf Mobiliteit op Maat maakt aangepaste autostoelen. De Bevelanden heeft van dit bedrijf vernomen dat aanpassing goedgekeurd moet worden door de RDW waarbij aanpassing van de autogordel (een vijfpuntsgordel) waarschijnlijk ook een rol speelt. Bij een botsing zou iemand die liggend – of zelfs in een hoek van dertig graden – vervoerd wordt immers onder de gordel door kunnen glijden.
Uit informatie van de regiotaxivervoerder blijkt dat de leuning van de bijrijdersstoel niet voldoende naar achter gekanteld kan worden, omdat de veiligheidsgordel niet meer functioneel is en de achterbank niet gebruik kan worden. De vervoerder suggereerde dat eiseres wellicht in aanmerking zou kunnen komen voor (liggend) ziekenvervoer.
De Bevelanden heeft daarnaast informatie ingewonnen bij Broeder De Vries. Die organisatie biedt liggend zorgvervoer aan. De Vries heeft aangegeven dat de brancard in een hoek van 30 graden kan worden gezet en een opvouwbare rolstoel en één passagier kunnen meegenomen worden. Een enkele rit van ongeveer 30 km kost € 250,-. De Bevelanden stelt dat eiseres voor vervoer naar het ziekenhuis mogelijk in aanmerking komt voor liggend vervoer. Hiervoor is een indicatie van de zorgverzekeraar nodig.
Vervolgens heeft de Bevelanden gewezen op nagekomen e-mailcorrespondentie met Taxi De Koster. Daaruit leidt de Bevelanden af dat vervoer per regiotaxi (betaalbaar) mogelijk is, waarbij de bijrijdersstoel 30 graden kan worden gekanteld.
Reactie van eiseres
6. Eiseres heeft in reactie hierop (samengevat) gesteld dat het vervoer door taxi De Koster neerkomt op half zittend vervoer. In de rapportage van Stichting SAP van 8 januari 2024 en in het JPH-rapport van 5 maart 2025 is aangegeven dat half zittend vervoer medisch gezien geen optie is.
Verder stelt eiseres dat de rapportage van Stichting SAP van 12 november 2025 onzorgvuldig tot stand is gekomen en onjuistheden bevat. Zij wijst daarbij op de conclusies over het reizen met het openbaar vervoer en over opstaan en gaan zitten. Daarnaast concludeert de verzekeringsarts dat half zittend tot 30 graden mogelijk is, terwijl half zittend niet eerder aan de orde is geweest.
Met betrekking tot de stelling van de Bevelanden dat eiseres binnen de regio geen vervoer nodig heeft omdat zij niet deel kan nemen aan de activiteiten, stelt zij dat het de taak is van de Bevelanden om moeilijkheden in mobiliteit te compenseren en niet om de mobiliteit te wegen.
Tot slot stelt eiseres dat de huidige auto technisch en economisch aan het einde van de levensduur is. Een nieuwe melding is dus niet aan de orde.
Oordeel van de rechtbank
7.1
De rechtbank is van oordeel dat de rapportage van Stichting SAP van 12 november 2025 voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen.
De rechtbank gaat ervan uit dat de zin ‘De cliënte kan normaal met het openbaar vervoer reizen’ een omissie is. Voldoende duidelijk is dat eiseres dit niet kan. Dit blijkt ook uit de volgende zin uit deze rapportage: ‘De cliënte kan niet met het openbaar vervoer reizen.’ Uit de verdere rapportage blijkt ook dat de verzekeringsarts ervan uit gaat dat eiseres niet met het openbaar vervoer kan reizen.
De rechtbank leest in de rapportage verder dat ook de verzekeringsarts ervan uit gaat dat eiseres maar beperkt kan opstaan en gaan zitten en dat het dan met name gaat om de transfers. Overigens is dit voor de onderliggende vraag – op welke medisch juiste manier eiseres vervoert zou moeten worden – minder relevant.
Naar het oordeel van de rechtbank kan worden uitgegaan van de conclusies van Stichting SAP van 12 november 2025 dat eiseres circa 10 minuten rechtop kan zitten en tot ongeveer 1 uur in liggende of half zittende positie, tot ongeveer 30 graden, vervoerd kan worden.
De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de verzekeringsarts met ‘tot 30 graden’ bedoeld heeft dat de autostoel in een positie van 150 tot 180 graden staat. Op de vraag ‘Indien mevrouw in de autostoel vervoerd kan worden, hoeveel graden dient de leuning dan achterover gedraaid te worden?’ heeft de verzekeringsarts namelijk geantwoord: ‘tot maximaal 30 graden vanuit horizontale positie’.
7.2
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Bevelanden echter onvoldoende onderzocht of het in een reguliere auto of deeltaxi mogelijk is om de autostoel in stand van 150 tot 180 graden te kantelen en zo ja, of dit veilig en verantwoord is zonder aanpassing met aanvullende middelen zoals een vijfpuntsgordel. Meerdere bedrijven hebben de Bevelanden namelijk gewezen op een veiligheidsrisico bij vervoer in deze houding, maar de Bevelanden heeft dat verder niet onderzocht. Daarnaast is niet onderzocht of met de regiotaxi een rit binnen de regio maximaal 1 uur duurt.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de Bevelanden onvoldoende heeft onderzocht wat de regionale vervoersbehoefte van eiseres is. Ook na de tussenuitspraak heeft de Bevelanden niet in kaart gebracht welke vervoersbewegingen eiseres maakt. De Bevelanden lijkt er vanuit te gaan dat er vrijwel geen activiteiten zijn (naast ziekenhuisbezoeken). Eiseres heeft gesteld dat er regionale vervoerbewegingen zijn voor bezoek aan vrienden/familie in regio, ziekenhuis, opticien e.d. Bovendien wordt door de Bevelanden gesteld dat voor ziekenhuisbezoeken vervoer op grond van de Zorg-verzekeringswet mogelijk is, maar niet is onderzocht of gebleken dat eiseres daarvoor daadwerkelijk in aanmerking komt. De rechtbank acht het aangewezen dat de Bevelanden daarvoor afstemming zoekt met de zorgverzekeraar.
Met betrekking tot de stelling van de Bevelanden dat als de huidige auto is afgekeurd een nieuwe melding kan worden gedaan, overweegt de rechtbank dat voldoende aannemelijk is dat de huidige auto aan het einde van de levensduur is. Van eiseres kan niet worden verlangd dat zij wacht met het doen van een melding totdat de auto niet meer werkt.
De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat de Bevelanden de gebreken niet (voldoende) hersteld heeft.
7.3
Gelet op de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat dat onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende gemotiveerd.
Nu de Bevelanden de gebreken niet heeft hersteld, ziet de rechtbank geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank ziet evenmin aanleiding zelf in de zaak te voorzien, omdat zij daarvoor niet over voldoende informatie beschikt. De Bevelanden zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van 6 weken.
Omdat de Bevelanden een nieuw besluit dient te nemen, zal de rechtbank niet oordelen over het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente. De Bevelanden zal daarop in het nog te nemen nieuwe besluit op bezwaar moeten beslissen.
Griffierecht en proceskosten
8. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, moet de Bevelanden het griffierecht aan eiseres vergoeden.
De rechtbank zal de Bevelanden ook veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 1 punt voor het indienen van schriftelijke zienswijzen na een bestuurlijke lus, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).
Verder ziet de rechtbank aanleiding om de Bevelanden te veroordelen in de kosten van de deskundige die aan eiseres verslag heeft uitgebracht, [deskundige] . Eiseres heeft een factuur van [deskundige] overgelegd ten bedrage van € 1.407,30 (inclusief BTW). Deze door de Bevelanden niet betwiste kosten komen voor vergoeding in aanmerking.
Tot slot heeft eiseres verzocht om vergoeding van haar reiskosten. Omdat eiseres zelf niet is verschenen, ziet de rechtbank geen reden om de Bevelanden hierin te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt de Bevelanden op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • draagt de Bevelanden op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt de Bevelanden in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 4.209,30.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 28 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.