ECLI:NL:RBZWB:2026:463

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
C/02/443602 / JE RK 25-2346
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Tempel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor drie maanden wegens ernstige opgroei- en opvoedproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor een periode van drie maanden aan een minderjarige met ernstige opgroei- en opvoedproblemen. De minderjarige vertoont gedragsproblemen zoals woedeaanvallen, terugtrekking, automutilatie en risicovol diabetesgedrag. De thuissituatie is onhoudbaar en er is nog geen ambulante hulpverlening georganiseerd.

Tijdens de zitting zijn de minderjarige, haar moeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling gehoord. De minderjarige en haar moeder zijn akkoord met het verzoek. De gedragswetenschapper heeft een instemmende verklaring afgegeven. De kinderrechter constateert dat de minderjarige baat heeft bij de gesloten setting en dat de noodzakelijke hulpverlening nog niet is afgerond. Een terugkeer naar huis of overplaatsing naar een open groep is op dit moment niet verantwoord.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet is voldaan en verleent de machtiging gesloten jeugdhulp voor de gevraagde duur van drie maanden. De beslissing is mondeling gegeven op 15 januari 2026 en schriftelijk vastgesteld op 26 januari 2026. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging gesloten jeugdhulp voor drie maanden wegens ernstige opgroei- en opvoedproblemen en onhoudbare thuissituatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443602 / JE RK 25-2346
Datum uitspraak: 15 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in [plaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[minderjarige],
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 december 2025, ingekomen bij de griffie op 31 december 2025;
  • de instemmingsverklaring van gedragswetenschapper [persoon] van 29 december 2025.
1.2.
Op 15 januari 2026 heeft de kinderrechter het verzoek behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- [minderjarige] , die apart is gehoord, bijgestaan door haar advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de GI.

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 6 mei 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 10 mei 2025 tot 10 mei 2026.
2.3.
Bij beschikking van 2 juli 2025 heeft de kinderrechter voor [minderjarige] een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken, met ingang van 2 juli 2025 tot 16 juli 2025. Bij beschikking van 14 juli 2025 heeft de kinderrechter vervolgens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 juli 2025 tot 16 oktober 2025.
2.4.
Laatstelijk, bij beschikking van 14 oktober 2025 heeft de kinderrechter voormelde beschikking van 14 juli 2025 ambtshalve gewijzigd en verbeterd in die zin dat de kinderrechter voor [minderjarige] een machtiging gesloten jeugdhulp heeft verleend met ingang van 16 juli 2025 tot 16 oktober 2025. Tevens heeft de kinderrechter voor [minderjarige] een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 16 oktober 2025 tot 16 januari 2026.
2.5.
Op grond van voormelde machtiging verblijft [minderjarige] bij [accommodatie] te [plaats 2] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt om voor [minderjarige] een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] is sinds 4 juli 2025 geplaatst bij [accommodatie] . De aanleiding voor deze plaatsing was dat de thuissituatie onhoudbaar was geworden. De woedeaanvallen van [minderjarige] nemen toe en zorgde voor structurele onveiligheid voor haarzelf, haar moeder en haar zus. Daarnaast trok [minderjarige] zich gedurende langere tijd, een jaar, terug op haar kamer, ging niet naar school en was daarvoor ook niet te motiveren. Bij [minderjarige] was sprake van depressieve gedachten en automutilatie. De aangeboden hulpverlening werd door [minderjarige] afgeslagen. De situatie van [minderjarige] is complicerend vanwege haar diabetes. Met het weglopen nam [minderjarige] risico’s. Zij liet gevaarlijk gedrag zien door haar insulinepomp en sensor af te koppelen waardoor haar glucosewaarden hoog opliepen.
4.2.
Sinds het verblijf op de gesloten groep heeft [minderjarige] haar diabeteszorg goed opgepakt, onder toezicht van de groepsleiding. Wel blijven er zorgen over haar wegloopgedrag. In de afgelopen periode, te weten op 27 oktober 2025, is [minderjarige] weggelopen met een groepsgenoot naar een onbekende bestemming. Uit onderzoek op afstand door het ziekenhuis bleek dat [minderjarige] uiterlijk op 6.00 uur insuline nodig zou hebben. Zij kwam uiteindelijk om 4.00 uur terug op de groep.
4.3.
Er zijn ook andere positieve ontwikkelingen. [minderjarige] gaat inmiddels naar school gaat, al blijft het opstaan een punt van aandacht. [minderjarige] wijt dit aan slaapproblemen. Hiervoor is er aandacht. Ook volgt [minderjarige] creatieve therapie. Zij zegt te willen werken aan haar zelfbeeld en is hiervoor gemotiveerd. Daarnaast zijn de verlofmomenten van [minderjarige] goed verlopen.
4.4.
Een volledige terugkeer naar huis behoort op dit moment nog niet tot de mogelijkheden. Het diagnostisch onderzoek van [minderjarige] is nog niet afgerond, waardoor er geen behandeladvies bekend is. Ook is in de thuissituatie nog geen hulpverlening opgepakt. Gezien wordt dat de moeder bereid is mee te werken aan hulpverlening om de situatie te verbeteren.
4.5.
In de komende periode zal worden toegewerkt naar een plaatsing van [minderjarige] op een open groep. Dit moet goed begeleid worden. Na binnenkomst van de resultaten van het diagnostisch onderzoek en het opstellen van een behandelplan zal een start worden gemaakt met een vervolgbehandeling voor vermoedelijke trauma’s en hechtingsproblematiek. Dit is niet mogelijk vanuit een ambulant kader. Daarnaast zal het verlof van [minderjarige] verder worden uitgebreid.

5.Het standpunt van belanghebbenden

5.1.
[minderjarige] vertelt de kinderrechter, samengevat, als volgt. Volgens [minderjarige] is het verlof tijdens de kerstvakantie goed verlopen. [minderjarige] vond het fijn om thuis te zijn. Dit voelde vertrouwd aan. De band met haar moeder is nu ook beter. [minderjarige] is sinds 27 oktober 2025 niet meer weggelopen. Zij weet dat zij dit niet meer moet doen, omdat dit gevolgen heeft voor het verlof en dat wil [minderjarige] niet op het spel zetten. Haar diabetes is onder controle. Het ziekenhuis is tevreden, maar de begeleiding niet altijd. Dit vindt [minderjarige] lastig. Ten aanzien van het verzoek geeft [minderjarige] aan daarmee akkoord te zijn. Hoewel zij liever direct naar een open groep zou gaan, heeft zij er geen problemen mee als dat nog op zich laat wachten. Zij zegt daarover: ‘als ik nu even moet wachten, dan is dat maar zo.’
5.2.
De moeder brengt, samengevat, het volgende naar voren. Ook de moeder is tevreden over het verlof van [minderjarige] . De moeder begrijpt het verzoek van de GI en is hiermee akkoord. Het is belangrijk dat [minderjarige] een behandeladvies krijgt en zij met passende hulpverlening aan de slag kan gaan. Ook haar schoolgang blijft een punt van aandacht waar aan gewerkt moet worden. [minderjarige] is een slim kind. Zij volgt nu onderwijs onder haar niveau.
5.3.
Namens [minderjarige] voert mr. Gulickx, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] heeft het in de afgelopen periode goed gedaan. Haar situatie lijkt te stabiliseren. De gesloten plaatsing heeft effect. [minderjarige] komt rustig over, de verloven gaan goed en er zijn geen woede-uitbarstingen meer. De gedragswetenschapper heeft een instemmende verklaring afgegeven, waar [minderjarige] zich in kan vinden, al blijft zij een gesloten plaatsing in beginsel onnodig vinden. Juridisch gezien zijn er geen beletselen; aan de wettelijke criteria wordt voldaan.

6.De beoordeling

Wat zegt de wet?
6.1.
De kinderrechter dient de vraag te beantwoorden of een machtiging gesloten jeugdhulp gerechtvaardigd is. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
Inhoudelijke beoordeling
6.2.
Uit de overlegde stukken en de zitting is gebleken dat er bij [minderjarige] sprake is van ernstige opgroei- of opvoedproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. De kinderrechter neemt hierbij in aanmerking dat [minderjarige] een kwetsbaar meisje is met een belaste geschiedenis. Er is bij [minderjarige] vermoedelijk sprake van hechtingsproblematiek en trauma. In de thuissituatie toonde [minderjarige] gedragsproblemen (waaronder escalerend gedrag, woede-uitbarstingen en het vernielen van spullen), ging zij niet naar school, liep zij weg, had zij last van depressieve gedachten en was er sprake van automutilatie. [minderjarige] was nalatig als het ging om haar diabeteszorg. Zij nam hierin grote risico’s. De moeder was niet in staat [minderjarige] opvoedkundig te geven wat zij nodig had. Zij was onmachtig en liet vermijdend gedrag zien om te voorkomen dat [minderjarige] boos zou worden.
6.3.
Gezien wordt dat [minderjarige] profiteert van de gesloten setting. Zij heeft baat bij de geboden structuur, nabijheid en duidelijke kaders. Haar kwetsbaarheid blijft echter zichtbaar. Zo is er nog steeds sprake van emotieregulatie-problematiek, terugtrekking bij spanning en moeite om naar school te gaan. Hoewel in de afgelopen periode diagnostisch onderzoek is afgenomen, zijn de resultaten daarvan nog onbekend. Dit betekent dat er nog geen behandelplan opgesteld is. In de tussentijd is [minderjarige] aan de slag gegaan met creatieve therapie als opstart naar andere passend geachte hulpverlening.
6.4.
Nu noodzakelijke hulpverlening nog niet is afgerond en ook in de thuissituatie nog geen ambulante hulpverlening is georganiseerd, is een directe overplaatsing naar een open groep, dan wel een terugkeer naar huis op dit moment niet mogelijk. De situatie van [minderjarige] is daarvoor simpelweg te kwetsbaar. Daarnaast is de thuissituatie nog onvoldoende stabiel.
6.5.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet. De machtiging gesloten jeugdhulp is noodzakelijk om de ontwikkeling van [minderjarige] te waarborgen, haar te beschermen en een verdere ontwikkelingsbedreiging af te wenden. Naar het oordeel van de kinderrechter, en daarmee sluit zij zich aan bij de GI, de gedragswetenschapper en de moeder, is het van belang dat [minderjarige] aan een behandeling kan beginnen binnen de veilige en gestructureerde kaders van een gesloten plaatsing. De kinderrechter ondersteunt het plan van aanpak van de GI om de verloven van [minderjarige] verder op te bouwen en rustig toe te werken naar een verblijf op een open groep.
6.6.
Dit maakt dat de kinderrechter het verzoek zal toewijzen en een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] zal verlenen voor de verzochte duur van drie maanden. De GI heeft bij het verzoek een schriftelijke en door de onafhankelijke gedragswetenschapper, ondertekende verklaring overgelegd waaruit blijkt dat hij instemt met het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
Tot slot
6.7.
De kinderrechter geeft [minderjarige] nog mee dat zij het vertrouwen in haar uitspreekt. Hoewel de situatie nog kwetsbaar is, heeft [minderjarige] ook goede stappen gezet en een positieve verandering laten zien. De kinderrechter hoopt dat [minderjarige] dit weet vast te houden en zij verder zal werken aan haar schoolgang en persoonlijke ontwikkeling en ook dat verloven goed blijven gaan.
6.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 16 januari 2026 tot 16 april 2026.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026 door mr. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.