ECLI:NL:RBZWB:2026:4626

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
12213615 VV EXPL 26-44 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming woning en gebiedsverbod wegens huurachterstand en bedreigingen

De verhuurder is eigenaar en verhuurder van een woning die door de huurder wordt bewoond op basis van een mondelinge huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Er is een huurachterstand van €8.000,00, wat neerkomt op minimaal zestien maanden niet-betaalde huur. De verhuurder woont zelf in de bovenverdieping van het pand en voelt zich onveilig door bedreigingen van de huurder.

De verhuurder vordert in kort geding de ontruiming van de woning en een gebiedsverbod van 50 meter rondom de woning. De huurder is niet verschenen ondanks correcte dagvaarding, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming te rechtvaardigen en dat het spoedeisend belang van de verhuurder voldoende is.

Daarnaast is op basis van WhatsApp-berichten en aangifte van bedreigingen aannemelijk geworden dat de verhuurder angst en onveiligheid ervaart. De kantonrechter acht een gebiedsverbod van 90 dagen proportioneel om de verhuurder een veilige woonomgeving te garanderen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen na betekening en het gebiedsverbod wordt opgelegd zonder dwangsom, met machtiging voor de verhuurder om naleving af te dwingen.

De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €967,02. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen en krijgt een gebiedsverbod van 90 dagen opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12213615 \ VV EXPL 26-44
Vonnis in kort geding van 26 mei 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[verhuurder],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verhuurder] ,
gemachtigde: mr. G. Konus,
tegen
[huurder],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in kort geding van 11 mei met producties,
  • de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
[verhuurder] is eigenaar en verhuurder van de woning aan de [adres] . [huurder] huurt deze woning op basis van een mondelinge huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. [verhuurder] is zelf ook woonachtig in het gehuurde op de bovenverdieping. [huurder] is woonachtig op de benedenverdieping.
2.2.
Er is sprake van een huurachterstand van € 8.000,00. Dit is een huurachterstand van in ieder geval dan zestien maanden.

3.Het geschil

3.1.
[verhuurder] vordert samengevat - ontruiming van de woning aan [adres] en een gebiedsverbod.
3.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Ter zitting was [verhuurder] aanwezig, bijgestaan door mr. G. Konus.
3.3.
[huurder] is ondanks dat hij behoorlijk is gedagvaard volgens de bij wet bepaalde termijnen en formaliteiten niet ter zitting verschenen en heeft ook niet om uitstel verzocht. Tegen [huurder] wordt verstek verleend.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Voldoende is gebleken dat [verhuurder] een spoedeisend belang heeft bij zijn gevorderde voorziening tot ontruiming van [huurder] . [verhuurder] voelt zich onveilig in de woning vanwege bedreigingen door [huurder] . Daarnaast is sprake van een huurachterstand die blijft oplopen. Gelet op die situatie kan van hem niet worden verwacht dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
Toetsingskader
4.2.
In dit kort geding is het de vraag of op basis van de nu aanwezige feiten in een eventuele bodemprocedure met hoge mate van waarschijnlijkheid zal worden geoordeeld dat de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst met [huurder] en ontruiming van de woning zullen worden toegewezen en vooruitlopend hierop de vordering tot ontruiming in dit kort geding kan worden toegewezen.
Ontruiming van de woning
4.3.
Nu [huurder] niet is verschenen en de stellingen van [verhuurder] niet zijn weersproken, moet er van uit worden gegaan dat er ten tijde van dagvaarding sprake was van een huurachterstand van 16 maanden. De kantonrechter is van oordeel dat deze tekortkoming van [huurder] zodanig ernstig is dat het zeer aannemelijk is dat dit een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigt in een eventuele bodemprocedure.
4.4.
De vordering tot ontruiming in dit kort geding komt de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voor. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure de vordering tot ontruiming van de woning toewijzen. Daarbij acht de kantonrechter een ontruimingstermijn van zeven dagen na datum van dit vonnis een redelijke termijn.
Gebiedsverbod
4.5.
De kantonrechter stelt voorop dat een gebiedsverbod een inbreuk vormt op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen en dat voor het opleggen van een dergelijke ingrijpende maatregel sprake moet zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen.
4.6.
In deze procedure is voldoende aannemelijk geworden dat er gevoelens van angst en onveiligheid bij [verhuurder] zijn ontstaan door het gedrag van [huurder] . Dit volgt onder meer uit WhatsAppberichten tussen partijen en de aangifte van [verhuurder] van bedreigingen en vernieling door [huurder] . Bij [verhuurder] bestaat de vrees dat [huurder] hem zal opzoeken als hij weg moet uit de woning. Ter zitting heeft hij toegelicht dat [huurder] hem in de week voor de zitting nog heeft opgezocht en fysiek heeft belaagd. Daarnaast verwacht [verhuurder] dat [huurder] bij een ontruiming in de buurt van de woning zal blijven, omdat hij dan waarschijnlijk naar zijn moeder toe zal gaan die slechts een paar honderd meter verderop woont.
4.7.
[verhuurder] heeft recht op een veilige woonomgeving. Het belang van [huurder] om zich vrijelijk te kunnen bewegen weegt naar het oordeel van de kantonrechter niet op tegen het belang van [verhuurder] om gedurende enige tijd niet met [huurder] geconfronteerd te worden. Een inbreuk op de vrijheden van [huurder] in de zin van een gebiedsverbod is naar het oordeel van de kantonrechter gelet op de omstandigheden gerechtvaardigd. De kantonrechter zal het gevorderde gebiedsverbod voor een gebied van 50 meter van de woning toewijzen. Daarbij acht de kantonrechter een duur van 90 dagen in de gegeven omstandigheden proportioneel. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een dwangsom te verbinden aan het gebiedsverbod als prikkel tot nakoming, omdat [verhuurder] met de gevorderde machtiging het gebiedsverbod zo nodig zelf kan doen naleven met behulp van de sterke arm van justitie en politie.
Proceskosten
4.8.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verhuurder] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
967,02

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [huurder] om binnen zeven na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [verhuurder] zijn, en de sleutels af te geven aan [verhuurder] ,
5.2.
verbiedt [huurder] om zich, gedurende 90 dagen na ontruiming van het gehuurde, binnen een afstand van 50 meter van de [adres] te begeven,
5.3.
machtigt [verhuurder] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie het gebiedsverbod onder 5.2 te doen naleven,
5.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 967,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.