Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
. [2] De inspecteur had dus uiterlijk op 6 november 2025 moeten beslissen. Belanghebbende heeft de inspecteur op 15 januari 2026 in gebreke gesteld. De inspecteur heeft op 17 maart 2026 op de ingebrekestelling gereageerd, maar nog geen uitspraak op bezwaar gedaan. Belanghebbende heeft vervolgens op 27 maart 2026 beroep ingesteld, omdat de inspecteur niet op tijd heeft beslist op het bezwaar.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de inspecteur op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 54,- aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 233,50 aan proceskosten aan belanghebbende.