ECLI:NL:RBZWB:2026:46
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering van bijstandsuitkering na schending van de inlichtingenplicht
Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. A. Darrazi, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. De zaak betreft de terugvordering van een bijstandsuitkering die eiser heeft ontvangen. Eiser ontving sinds 14 maart 2019 een bijstandsuitkering, maar na een anonieme melding over zijn woonsituatie heeft het college een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot de conclusie dat eiser zijn bijstandsuitkering ten onrechte heeft ontvangen, omdat hij de inlichtingenplicht heeft geschonden door zijn woning onder te verhuren. Het college heeft de bijstandsuitkering herzien en terugvordering ingesteld voor een bedrag van € 11.648,12 over de periode van 1 december 2023 tot en met 31 augustus 2024. Eiser heeft hiertegen beroep aangetekend, maar de rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld. De rechtbank stelt vast dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, aangezien eiser zelf verantwoordelijk is voor de schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat de terugvordering van de bijstandsuitkering blijft staan. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.