Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] BV, uit [plaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2021. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het griffierecht niet is betaald, wat een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De gemachtigde van belanghebbende gaf aan dat er sprake was van betalingsonmacht, maar heeft dit niet onderbouwd binnen de gestelde termijn. De griffier heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog te voldoen, onder meer via aangetekende brief die is ontvangen.
Omdat het griffierecht niet tijdig is betaald en er geen verontschuldiging is gegeven, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit ongewijzigd en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.