ECLI:NL:RBZWB:2026:4580
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde bedrijfsruimte opslagunits
Belanghebbende is eigenaar van een bedrijfsruimte bestaande uit opslagunits aan de Bredaseweg 255. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2024 vast op € 2.135.000, waarop belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld, waarbij de heffingsambtenaar de waarde onderbouwde met de huurwaardekapitalisatiemethode, gebruikmakend van vergelijkbare referentieobjecten en een kapitalisatiefactor van 10,0. Belanghebbende voerde aan dat de gebruikte verkooptransacties niet bruikbaar waren, dat de gebruiksoppervlakte onjuist was vastgesteld en dat de kapitalisatiefactor en huurwaarde onvoldoende waren onderbouwd.
De rechtbank verwierp de stelling over de gebruiksoppervlakte omdat de door de heffingsambtenaar gehanteerde oppervlakte gebaseerd was op bouwtekeningen en de BAG-gegevens slechts betrekking hadden op één van de twee gebouwen. De referentieobjecten waren voldoende vergelijkbaar en recent verkocht, en de kapitalisatiefactor werd ondersteund door een bottom-up berekening. Ook de huurwaarde was adequaat onderbouwd.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat de WOZ-waarde en de aanslag niet te hoog waren vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, de WOZ-waarde en aanslag bleven in stand en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 2.135.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.