Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdig besluit op haar aanvraag voor een herbeoordeling van een (ex-) werknemer op grond van de WIA. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van het geschil betreft het niet tijdig betalen van het griffierecht van € 385,-, dat vereist is voor de ontvankelijkheid van het beroep. De griffier heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen, onder meer via een aangetekende brief, met duidelijke waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
Eiseres heeft het griffierecht niet betaald en geen verontschuldiging gegeven voor dit verzuim. De rechtbank concludeert daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat het bestreden besluit ongewijzigd blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Breeman en openbaar gemaakt op 27 januari 2026.