Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 1 december 2025 in gebreke heeft gesteld. Het UWV ontving deze ingebrekestelling op 2 december 2025, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Hoewel het UWV aangeeft dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om alsnog te beslissen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Het verzoek van eiseres om schadevergoeding wordt afgewezen omdat zij geen concrete schade heeft gesteld of onderbouwd. De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 mei 2026.