Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4431

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/02/448260 / HA RK 26-95 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
  • ing. Peters
  • Römers
  • Sterk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 517 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere advocaatrelatie met verdachte

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij verdachte in de hoofdzaak in het verleden als advocaat heeft bijgestaan. Dit verzoek is behandeld door de verschoningskamer van dezelfde rechtbank.

De verschoningskamer overweegt dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Hoewel rechters geacht worden onpartijdig te zijn, kunnen uitzonderlijke omstandigheden zoals een eerdere advocatenrelatie met een partij aanleiding geven tot het vermoeden van vooringenomenheid of het bestaan van de schijn daarvan.

De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zich niet meer vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen en dat de schijn van partijdigheid kan bestaan. De verschoningskamer wijst het verzoek daarom toe en bepaalt dat de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek.

De beslissing is genomen door drie rechters en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege eerdere advocatenrelatie met verdachte, waardoor de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/448260 / HA RK 26-95
beslissing van 20 mei 2026
in de zaak van
mr. Donders
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de strafzaken met kenmerken 96-244897-25 en
96-284398-25 tegen:
[verdachte]
(gemachtigde: mr. R.T.A.G. Keller)

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 18 mei 2026.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

2.Het verschoningsverzoek

2.1
De rechter heeft aan het verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat zij verdachte in de hoofdzaak in het verleden heeft bijgestaan als advocaat.

3.Het wettelijk kader

3.1
Op grond van artikel 517, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 512 van Pro het Sv.

4.De beoordeling

4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 20 mei 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Römers en mr. Sterk, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze
beslissing mede te ondertekenen.
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.