Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4429

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
02-800043-14
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens hoog recidiverisico

Betrokkene is sinds 2015 ter beschikking gesteld met dwangverpleging na veroordeling voor medeplegen van poging tot afpersing, vrijheidsberoving en bedreiging. De tbs is meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2024 voor twee jaar.

In 2026 heeft het openbaar ministerie een vordering tot verlenging ingediend. De rechtbank heeft op 7 mei 2026 de zaak behandeld waarbij betrokkene, zijn raadsman, de officier van justitie en een deskundige van de tbs-instelling zijn gehoord. De tbs-instelling adviseert verlenging met twee jaar vanwege een licht verstandelijke beperking, diverse persoonlijkheidsstoornissen, een hoog risico op ernstig geweldsrecidive en het ontbreken van een passende zorgprothese.

Externe gedragsdeskundigen adviseren verlenging met één jaar om demotivatie te voorkomen en perspectief te bieden. De verdediging pleit eveneens voor verlenging met één jaar, stellende dat het plafond van de behandeling is bereikt en dat hoop op uitstroom belangrijk is.

De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld en dat de behandeling en resocialisatie langer dan één jaar zullen duren. Daarom wordt de tbs met dwangverpleging met twee jaar verlengd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs met dwangverpleging met twee jaar wegens hoog recidiverisico en noodzaak voortgezette behandeling.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800043-14
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 21 mei 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum [locatie ]
(hierna: tbs-kliniek),
hierna: betrokkene,
raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 16 februari 2015 is betrokkene wegens het medeplegen van een poging tot afpersing, het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden en het plegen van een bedreiging veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met voorwaarden is aangevangen op 11 mei 2015. Bij beslissing van 15 juni 2016
heeft de rechtbank bevolen dat betrokkene van overheidswege zal worden verpleegd.
De tbs is laatstelijk verlengd bij beslissing van 10 juni 2024 voor een termijn van twee
jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 2 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 7 mei 2026 behandeld. De officier van justitie mr. P. Emmen is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage.
Voorts is als deskundige gehoord [deskundige] , hoofd behandeling bij de tbs-instelling.

3.Adviezen

3.1.
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling adviseert in het verlengingsadvies van 12 maart 2026 om de tbs te verlengen met twee jaar. Daarin wordt, kort samengevat, het volgende vermeld. Bij betrokkene is sprake van een licht verstandelijke beperking, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een posttraumatische stressstoornis. In het verleden is er meerdere malen een reactieve hechtingsstoornis, ADHD en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken gediagnosticeerd.
Bij betrokkene is er een beperkt inzicht in zijn stoornis, in het risico van gewelddadig gedrag en in de noodzaak van behandeling. Tevens is er geen sprake van een passende zorgprothese voor betrokkene in de vorm van zorg, huisvesting, begeleiding en dagbesteding. Betrokkene beschikt niet over voldoende adequate copingvaardigheden om met toekomstige stressoren adequaat om te kunnen gaan, wat mogelijk wijst dat hij terugvalt in middelengebruik. De kans op ernstige recidive wordt dan ingeschat als hoog. Gelet op het verloop van de afgelopen periode, bestaat momenteel de noodzaak voor verblijf binnen een instelling met een hoog beveiligingsniveau. Het risico op geweldsrecidive kan momenteel niet anders dan binnen het huidige kader onder controle worden gehouden.
Betrokkene heeft vooral baat bij een gestructureerde leefomgeving met voldoende begeleiding, ondersteuning en controle. Voor de lange termijn is de verwachting dat betrokkene in de toekomst afhankelijk zal blijven van 24-uurs hulpverlening, om controles op middelen en medicatie inname en oplopende spanningen op tijd te kunnen signaleren en reguleren om zo de veiligheid te kunnen waarborgen.
De ingezette koers is om te trachten het (stabiele doch kwetsbare) gedragsbeeld te behouden en de behandeling en resocialisatie verder vorm te geven. In het laatste behandelplan is besproken dat het passend en verantwoord wordt geacht, in het kader van kwaliteit van leven en om betrokkene perspectief te bieden, een begeleid verlof aan te vragen. Het betreft een verlof dat stapsgewijs zal worden opgebouwd en aan zijn kwaliteit van leven zal bijdragen. Duidelijk is dat er nog geruime tijd noodzakelijk is om de behandeling en resocialisatie verder vorm te geven.
Ter zitting heeft de deskundige het verlengingsadvies toegelicht en daaraan toegevoegd dat
de situatie onveranderd is. Wanneer uitstroom aan de orde komt zou [instelling] een mogelijkheid kunnen zijn. Het is een instelling voor begeleid en beschermd wonen, met de mogelijkheid van een eigen studio, maar wel met 24-uurs begeleiding. De wachttijden voor [instelling] zijn echter lang. De kliniek handhaaft het advies tot verlenging met twee jaar.
3.2.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
[psychiater] adviseert in het psychiatrisch rapport van 13 februari 2026 om de tbs te verlengen met één jaar en om de dwangverpleging te continueren. Nu begeleid verlof momenteel wordt aangevraagd kan men niet verwachten dat binnen een jaar toegewerkt kan worden naar een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel. Echter, om te voorkomen dat onderzochte erg gedemoraliseerd raakt en zich weggedaan voelt en om te benadrukken dat hij gezien wordt, adviseert de psychiater een verlenging van één jaar en niet twee jaar.
Advies psycholoog
[psycholoog] adviseert in het psychologisch rapport van 16 februari 2026 om de tbs te verlengen met één jaar en om de dwangverpleging te continueren. Betrokkene ervaart zijn huidige verblijf in de [locatie ] als een soort impasse. De psycholoog adviseert in het komende jaar te zoeken naar een instelling of voorziening waar betrokkene langer kan verblijven, waarbij hij in dit jaar ook kan oefenen met verlof. Het lijkt niet in de lijn der verwachting dat over een jaar kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging. De verlenging van de huidige maatregel met één jaar geeft betrokkene wel perspectief, wat hij nu mist, wat ook tot demoralisatie kan leiden.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.
Zij meent dat in dit geval sprake is van een uitzondering op de hoofdregel. Dat sprake is van wachtlijsten en personeelsproblemen kan niet het probleem van betrokkene worden. Het plafond van de behandeling is bereikt. Voortzetting geeft geen verdere behandeling, het kan zelfs contraproductief zijn. Voor het risicomanagement is het van belang dat betrokkene hoop houdt op uitstroom.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen of de algemene
veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog
aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige
ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de kliniek wordt nog steeds
aan deze wettelijke criteria voldaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tbs moet
worden verlengd.
De vervolgvraag is met welke termijn de tbs moet worden verlengd. Volgens vaste jurisprudentie heeft als uitgangspunt te gelden dat wanneer aannemelijk is dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar,
de tbs moet worden verlengd met een termijn van twee jaar. Dit kan anders zijn wanneer de reële kans bestaat dat de maatregel na verloop van een jaar kan worden gewijzigd of
beëindigd of als het verloop van de behandeling daartoe aanleiding geeft.
Uit het advies van de kliniek en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat de
verwachting is dat de verdere behandeling, het begeleid verlof en resocialisatie van betrokkene langer dan één jaar zal duren, zodat een verlenging van twee jaar in de rede ligt. Het betreft een verlof dat stapsgewijs zal worden opgebouwd. Een (voorwaardelijke) beëindiging ligt niet in de lijn der verwachting en naar het oordeel van de rechtbank geeft het verloop van het behandeltraject evenmin aanleiding voor een kortere verlenging. De rechtbank zal dan ook de tbs met verpleging van overheidswege verlengen met twee jaar.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. P.A.M. Wijffels, voorzitter,
en mrs. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en J.C.A.M. Los, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.T.C.J.M. de Jongh, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 mei 2026.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.