ECLI:NL:RBZWB:2026:4416

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
11839632 \ CV EXPL 25-2666 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van 't Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling facturen en afkoopsom bij late opzegging overeenkomst van opdracht

Tussen Easy Salary B.V. en [B.V.] bestond een overeenkomst van opdracht waarbij Easy Salary de salarisadministratie verzorgde. Easy Salary stuurde twee facturen aan [B.V.] voor voorschot en een afkoopsom wegens te late opzegging van de overeenkomst. [B.V.] betaalde deze facturen niet en stelde dat een proefperiode van één jaar was overeengekomen.

De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd was gesloten en dat onvoldoende was gesteld dat een proefperiode was overeengekomen. Op grond van de algemene voorwaarden kon de overeenkomst alleen tegen het einde van het kalenderjaar met een opzegtermijn van drie maanden worden opgezegd. Omdat [B.V.] niet tijdig had opgezegd, was zij een afkoopsom verschuldigd.

De rechtbank wees de vordering van Easy Salary tot betaling van de facturen, inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten, toe. De tegenvordering van [B.V.] tot vergoeding van tijd en inspanning werd afgewezen. [B.V.] werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [B.V.] tot betaling van de facturen en afkoopsom, inclusief rente en kosten, en wijst de tegenvordering af.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11839632 \ CV EXPL 25-2666
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
EASY SALARY B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Easy Salary,
gemachtigde: mr. M.P.A. Knol,
tegen
[B.V.],
te [plaats],
gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [B.V.],
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

1.1.
Tussen partijen bestond een overeenkomst van opdracht. In het kader van (de opzegging van) de opdracht heeft Easy Salary twee facturen gestuurd naar [B.V.]. Deze zijn door [B.V.] niet betaald. Easy Salary vordert betaling van de facturen. De vordering wordt toegewezen. Er is niet vast komen te staan dat een proefperiode van één jaar is overeengekomen tussen partijen. Uit de algemene voorwaarden volgt verder dat [B.V.] een afkoopsom verschuldigd is bij te late opzegging. Verder vordert [B.V.] in reconventie een vergoeding voor de tijd en inspanning die hij heeft moeten besteden aan de kwestie. De vordering van [B.V.] wordt afgewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 maart 2026
- de akte van Easy Salary.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Partijen zijn een overeenkomst van opdracht aangegaan waarbij Easy Salary, als opdrachtnemer, onder andere de salarisadministratie van [B.V.], als opdrachtgever, zou verzorgen. De overeenkomst is op 17 januari 2023 gesloten.
3.2.
Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Easy Salary van toepassing. In artikel 3 van Pro de algemene voorwaarden is – voor zover relevant – het volgende opgenomen:
“Artikel 3. Duur van de overeenkomst
De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd tenzij uit de inhoud, aard of strekking van de verleende opdracht voortvloeit dat deze voor een bepaalde tijd is aangegaan.”
Verder is in artikel 12 van Pro de algemene voorwaarden – voor zover relevant – het volgende opgenomen:
Artikel 12. Opzegging
Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen de overeenkomst alleen tegen het einde van het kalenderjaar opzeggen met een opzegtermijn van 3 (drie) maanden voor de afloopdatum van het kalenderjaar en alleen met ingang van het nieuwe kalenderjaar, tenzij opdrachtgever en opdrachtnemer hierover schriftelijk andere afspraken hebben gemaakt.
Opzegging dient schriftelijk aan de wederpartij te worden meegedeeld.
Indien opdrachtgever opzegt, dan zal opdrachtnemer dit schriftelijk bevestigen. Opdrachtgever houdt zelf in de gaten of hij deze bevestiging ontvangt.
Indien de in dit artikel genoemde opzegtermijn door opdrachtgever niet gehonoreerd wordt, ofwel indien een opzegging tegen het einde van kalenderjaar te laat plaatsvindt, dan wordt een honorarium voor het hierna volgende kalenderjaar in rekening gebracht door opdrachtnemer bij opdrachtgever ter grootte van het honorarium over het hiervoor liggende kalenderjaar voor de betreffende administratie.
(…).”
3.3.
Easy Salary heeft [B.V.] op 6 februari 2024 en 4 maart 2024 een tweetal facturen gestuurd. De factuur van 6 februari 2024 (factuurnummer: [factuurnummer 1] ziet op het voorschot voor kalender jaarlijkse kosten en de maandelijkse kosten ter hoogte van € 81,51. De factuur van 4 maart 2024 (factuurnummer: [factuurnummer 2]) ziet op een afkoopsom in verband met de opzegging van de overeenkomst ter hoogte van € 1.079,19.
3.4.
Voornoemde facturen zijn door [B.V.] niet betaald. De sommaties die Easy Salary op 11 april 2025 en 23 juli 2025 heeft verstuurd, hebben er niet voor gezorgd dat [B.V.] tot betaling over is gegaan.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
Easy Salary vordert - samengevat - veroordeling van [B.V.] tot betaling van € 1.160,70, vermeerderd met rente en (buitengerechtelijke incasso)kosten.
4.2.
[B.V.] is het niet eens met de vordering. Zij geeft aan dat het lastig en vermoeiend is om met Easy Salary afspraken te maken. Ook worden e-mails overgelegd waaruit volgens [B.V.] zou moeten volgen dat een proefperiode van één jaar is afgesproken.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.4.
[B.V.] vordert – samengevat – veroordeling van Easy Salary tot betaling van € 150,00 in verband met de tijd en inspanning die zij hebben moeten besteden aan de zaak.
4.5.
Easy Salary voert verweer. Volgens haar is de vordering niet gespecificeerd. Ook procedeert [B.V.] in persoon, waardoor zij geen aanspraak kan maken op een salaris voor gemachtigde. De gevorderde kosten hebben volgens Easy Salary betrekking op de geliquideerde proceskosten, zodat de vergoeding afgewezen moet worden.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in conventie
5.1.
De vraag die centraal staat, is of [B.V.] gehouden is de door Easy Salary verstuurde facturen te betalen.
[B.V.] moet de facturen betalen
5.2.
De kantonrechter merkt op dat [B.V.] ten aanzien van de betreffende facturen niet met zoveel woorden heeft gesteld dat zij deze niet verschuldigd is. Uit de dagvaarding van Easy Salary en de producties die [B.V.] heeft overgelegd, maakt de kantonrechter wel op dat [B.V.] van mening is dat een proefperiode van één jaar is overeengekomen.
5.3.
Uit artikel 3 van Pro de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de overeenkomst volgt dat de overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, tenzij uit de inhoud, aard of strekking van de verleende opdracht voortvloeit dat deze voor een bepaalde tijd is aangegaan. Het uitgangspunt is dus dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan. De kantonrechter overweegt dat [B.V.] onvoldoende heeft gesteld om tot een ander oordeel te komen. Dat [B.V.] in haar e-mail van 17 januari 2023 spreekt over een proefperiode, maakt nog niet dat die is overeengekomen. De bevestiging van Easy Salary dat zij daarmee akkoord gaat, ontbreekt. Verder zijn er geen andere omstandigheden waaruit volgt dat een proefperiode is overeengekomen en de overeenkomst daardoor van rechtswege zou eindigen.
5.4.
Daarbij is het zo dat [B.V.] op grond van artikel 12 van Pro de algemene voorwaarden de mogelijkheid heeft om de overeenkomst tegen het einde van het kalenderjaar op te zeggen met een opzegtermijn van drie maanden voor de afloopdatum van het kalenderjaar. De kantonrechter kan op basis van de stukken niet opmaken dat [B.V.] van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. Dat is ook niet als zodanig door haar gesteld. Kennelijk is de overeenkomst door [B.V.] na ontvangst van de eerste factuur over het jaar 2023 wel opgezegd. Op grond van artikel 12 van Pro de algemene voorwaarden is opzegging slechts mogelijk tegen het einde van een kalenderjaar, met een opzegtermijn van drie maanden. Op grond van artikel 12 lid 4 van Pro de algemene voorwaarden geldt dat Easy Salary bij een te late opzegging een honorarium voor het kalenderjaar in rekening mag brengen ter grootte van het honorarium over het daarvoor liggende kalenderjaar. Easy Salary heeft (onderbouwd) aangevoerd dat het honorarium over 2023 € 1.079,19. (incl. BTW) bedroeg. Dit bedrag is dan ook terecht door haar gefactureerd als afkoopsom.
5.5.
Het voorgaande betekent dat [B.V.] gehouden is beide facturen te betalen en dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen.
[B.V.] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
5.6.
Easy Salary vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Easy Salary heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Easy Salary heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 174,10 worden toegewezen.
[B.V.] moet wettelijke rente betalen
5.7.
Ten aanzien van de door gevorderde (verschenen) wettelijke handelsrente over de hoofdsom is geen afzonderlijk verweer gevoerd en deze zal dan ook als onbetwist en op de wet gegrond worden toegewezen, zoals hierna in de beslissing vermeld.
[B.V.] moet de proceskosten betalen
5.8.
[B.V.] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Easy Salary worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
542,50
(2,5 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.155,40
5.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
5.10.
In reconventie vordert [B.V.] een vergoeding van € 150,00 in verband met de tijd en inspanning die zij heeft moeten besteden aan de zaak. De kantonrechter vat deze vordering op als een vergoeding van (daadwerkelijke) proceskosten. Naast dat de vordering niet is onderbouwd, ziet de kantonrechter in dit geval geen aanleiding om af te wijken van de standaardregels voor de proceskostenvergoeding. Nu Easy Salary in conventie in het gelijk is gesteld, moet [B.V.] de proceskosten in conventie betalen. De vordering van [B.V.] wordt daarom afgewezen.
5.11.
Omdat [B.V.] ook in reconventie in het ongelijk is gesteld moet zij de proceskosten betalen. Hierbij geldt dat niet is gebleken dat Easy Salary kosten heeft gemaakt in die zij niet al in het kader van de vordering in conventie heeft moeten maken. De proceskosten van Easy Salary in reconventie worden daarom begroot op nihil.

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt [B.V.] om aan Easy Salary te betalen een bedrag van € 1.529,53, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 1.160,70, vanaf de dag der dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [B.V.] in de proceskosten van € 1.155,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [B.V.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt [B.V.] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.4.
wijst de vordering af,
6.5.
veroordeelt [B.V.] in de proceskosten, begroot op nihil,
in conventie en reconventie
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.