ECLI:NL:RBZWB:2026:4414
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gedeeltelijke handhaving praktijkruimte
Verzoeker heeft op 15 september 2025 een handhavingsverzoek ingediend tegen een praktijkruimte bij een woning in de gemeente Goes. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit verzoek op 23 februari 2026 gedeeltelijk toegewezen, omdat de aanbouw van de praktijkruimte is uitgevoerd in afwijking van de onherroepelijke omgevingsvergunning van 7 juli 2022. Het college legde lasten onder dwangsom op om de situatie in overeenstemming te brengen met de vergunning.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening, met name een bouwstop, omdat hij het niet eens is met de verleende omgevingsvergunning en vreest dat de eigenaar een fysieke verbinding tussen woning en praktijkruimte zal aanbrengen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de rechtmatigheid van de onherroepelijke omgevingsvergunning niet kan worden beoordeeld in deze procedure en dat de vermeende onrechtmatigheid geen grond is voor een bouwstop.
Na telefonisch overleg bevestigden de eigenaar en het college dat de eigenaar de lasten zal uitvoeren en dat de werkzaamheden inmiddels zijn voltooid. Hierdoor is een bouwstop niet meer effectief en ontbreekt het aan spoedeisend belang. De discussie over de vergunning kan in de bezwaarprocedure worden voortgezet.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.