ECLI:NL:RBZWB:2026:44

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/624, 25/759, 25/806, 25/807, 25/808, 25/809 en 25/810
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling in de proceskosten in bestuursrechtelijke zaken tegen het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta

Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een aantal bestuursrechtelijke zaken waarin verzoekers om veroordeling van het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta in de proceskosten hebben gevraagd. De verzoekers, vertegenwoordigd door verschillende gemachtigden, hadden hun beroep ingetrokken tegen een besluit van het algemeen bestuur van 18 december 2024, omdat dit besluit op 17 september 2025 door het algemeen bestuur was ingetrokken. De rechtbank heeft de verzoeken om proceskostenveroordeling zonder zitting beoordeeld en heeft vastgesteld dat het algemeen bestuur tegemoet is gekomen aan de verzoekers door het intrekken van het bestreden besluit. De rechtbank heeft de verzoeken als kennelijk gegrond toegewezen en het algemeen bestuur veroordeeld tot betaling van € 934,- per zaak aan proceskosten aan de verzoekers. Daarnaast is het algemeen bestuur verplicht om het door de verzoekers betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet tegen deze uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 25/624, 25/759, 25/806, 25/807, 25/808, 25/809 en 25/810

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaken tussen

[verzoeker 1] , uit [woonplaats 1] ,

(gemachtigde: mr. J.J.J. de Rooij), (25/624);

[verzoeker 2] , uit [woonplaats 1] ,

(gemachtigde: mr. M.J.C. Mol), (25/759);
[verzoekster 1] v.o.f. en [verzoeker 3] en [verzoekster 2]uit [woonplaats 1] en
[verzoekster 3]uit [woonplaats 2] ,
(gemachtigde: [gemachtigde] ), (25/806);

[verzoekster 4] B.V. en [verzoekster 5] B.V. uit [woonplaats 3] ,

(gemachtigde: [gemachtigde] ), (25/807);

[verzoeker 4] , uit [woonplaats 1] ,

(gemachtigde: mr. J.J.J. de Rooij), (25/808);

Maatschap [verzoekster 6] en [verzoeker 5] uit [woonplaats 1] ,

(gemachtigde: mr. W.P.N. Remie), (25/809);

[verzoeker 6] en [verzoekster 7] uit [woonplaats 1] ,

(gemachtigde: mr. M.J.C. Mol), (25/810);
en

Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta

(gemachtigde: [vertegenwoordiger] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de verzoeken van verzoekers om een veroordeling van het algemeen bestuur in de proceskosten. Verzoekers hebben deze verzoeken gedaan bij de intrekking van hun beroep tegen het besluit van het algemeen bestuur van 18 december 2024. Zij hebben het beroep ingetrokken omdat het algemeen bestuur op 17 september 2025 dit besluit heeft ingetrokken.
1.1.
De rechtbank heeft het algemeen bestuur in de gelegenheid gesteld te reageren op de verzoeken om veroordeling in de proceskosten. Het algemeen bestuur heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op de verzoeken om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst de verzoeken om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het algemeen bestuur aan verzoekers tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het algemeen bestuur geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen.
4.1.
Verzoekers hebben allemaal beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekers ongegrond is verklaard. Het algemeen bestuur heeft op 17 september 2025 het bestreden besluit volledig ingetrokken. Hiermee is het algemeen bestuur tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekers.
Welk bedrag aan proceskosten moet het algemeen bestuur aan verzoekers vergoeden?
5. De rechtbank wijst de verzoeken als kennelijk gegrond toe. Verzoekers krijgen een vergoeding van hun proceskosten. Het algemeen bestuur moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigden van verzoekers een beroepschrift hebben ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Het dagelijks bestuur moet dit bedrag aan elke verzoeker apart betalen.
Krijgen verzoekers een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het algemeen bestuur verplicht is het door verzoekers betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. [3] Verzoekers moeten zich hiervoor dan ook tot het algemeen bestuur wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het algemeen bestuur tot betaling van € 934,- per zaak aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzitter, en mr. T.I. van Term en mr. P.J. de Putter, leden, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 8 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.