ECLI:NL:RBZWB:2026:4375

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
25/5798
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen betalingsregeling SVB

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) genomen besluit waarbij de maandelijkse betalingsregeling werd verhoogd. Het bezwaar werd ingediend door een gemachtigde namens eiser, maar de SVB verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een machtiging.

Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting stelde de SVB dat het bezwaar via DigiD was ingediend, waardoor normaliter geen machtiging wordt gevraagd. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en vernietigde het bestreden besluit.

De rechtbank draagt de SVB op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van de uitspraak. Tevens moet de SVB het griffierecht aan eiser vergoeden. De uitspraak werd mondeling gedaan op 20 mei 2026 in Breda.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de SVB en draagt op het bezwaar alsnog inhoudelijk te behandelen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5798 AOW
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (de SVB).

Procesverloop

1.1.
Met het besluit van 15 mei 2025 (het primaire besluit) de SVB de maandelijkse betalingsregeling van eiser vanwege verhoogd van € 55,- naar € 58,-.
1.2.
Op 2 juni 2025 heeft [gemachtigde] , [social worker] , namens eiser bezwaar ingediend tegen het primaire besluit. Daarbij is ook verzocht om kwijtschelding van de nog openstaande schuld.
1.3.
De SVB heeft diverse malen verzocht om een machtiging waaruit blijkt dat eiser [gemachtigde] machtigt om namens hem een bezwaarschrift in te dienen. De SVB heeft deze niet ontvangen.
1.4.
Met het bestreden besluit van 17 oktober 2025 heeft de SVB het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van de gevraagde machtiging.
1.5.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [gemachtigde] en namens de SVB mr. P.C.A. Buskens.
1.7.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Ter zitting heeft de SVB gesteld dat het bezwaar van eiser ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het is ingediend met behulp van DigiD en dan normaliter geen machtiging wordt opgevraagd. Dat betekent dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de SVB het bezwaar van eiser alsnog inhoudelijk moet behandelen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Omdat het beroep gegrond is, moet de SVB het griffierecht aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt de SVB op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat de SVB het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.