ECLI:NL:RBZWB:2026:4359
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen inhouding inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet op AOW-uitkering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) op zijn AOW-uitkering, stellende dat hij deze bijdrage niet wenste te betalen vanwege persoonlijke ervaringen met ondermaatse zorg aan zijn ouders.
De rechtbank oordeelt dat er een wettelijke verzekeringsplicht bestaat en dat belanghebbende niet kan afzien van de bijdrage op grond van persoonlijke omstandigheden. De redelijkheid van de wettelijke bepaling staat niet ter beoordeling aan de rechter, conform artikel 11 van Pro de Wet van 15 mei 1829.
Belanghebbende is niet verschenen op de zitting, ondanks correcte uitnodiging. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst teruggaaf van de ingehouden bijdrage af. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de inhouding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw op de AOW-uitkering wordt ongegrond verklaard.