ECLI:NL:RBZWB:2026:435

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/2017
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:21 AwbArt. 1:441 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens onbevoegdheid belanghebbende onder bewind

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 januari 2026 uitspraak gedaan over de beroepen van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2016.

Belanghebbende is onder bewind gesteld door de kantonrechter, waardoor de bewindvoerder de belangen van belanghebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt. De rechtbank heeft belanghebbende en de bewindvoerder in de gelegenheid gesteld om aan te geven of belanghebbende zelf bevoegd is tot het instellen van beroep of dat de bewindvoerder de procedure wenst over te nemen.

Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en heeft niet gereageerd op de brief. De bewindvoerder heeft expliciet aangegeven de beroepsprocedures niet te willen overnemen. Hierdoor zijn de beroepen onbevoegdelijk ingesteld en verklaart de rechtbank deze niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: De beroepen van belanghebbende worden niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid omdat belanghebbende onder bewind is en de bewindvoerder de procedure niet heeft overgenomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/2017 en 25/2018

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 23 januari 2025. De beroepen zien op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2016 met aanslagnummers [BSN] .H.66.01 en [BSN] .W.66.01.4.
1.1.
Bij beschikking van 13 december 2024 heeft de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch [stichting] tot bewindvoerder van belanghebbende heeft benoemd.
1.2.
De rechtbank heeft [stichting] in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij als bewindvoerder de beroepsprocedures wenst over te nemen. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 10 juli 2025 op de hoogte gesteld van de verzending van deze brief naar de bewindvoerder.
1.3.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Vaststaat dat belanghebbende onder bewind is gesteld. In de wet is bepaald dat tijdens het bewind de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak belanghebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt. [1] Hieruit volgt dat belanghebbende in beginsel niet gerechtigd was om zelf beroep in te stellen. Dit is slechts anders als belanghebbende wordt geacht in staat te zijn om te komen tot een redelijke waardering van zijn belangen. [2]
2.1.
Bij aangetekend verzonden brief van 10 juli 2025 is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om te onderbouwen dat hij een redelijke waardering heeft van zijn belangen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 29 juli 2025 om 13:46 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Op deze brief heeft belanghebbende niet gereageerd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen.
2.2.
Bij aangetekend verzonden brief van 10 juli is de bewindvoerder in de gelegenheid gesteld om de beroepen over te nemen. Bewindvoerder heeft bij brief van 23 juli 2025 aangegeven de beroepsprocedures niet te willen overnemen.
2.3.
Aangezien belanghebbende zelf niet bevoegd is om de beroepen in te stellen en de bewindvoerder aangeeft de procedures niet te willen overnemen, zijn de beroepen onbevoegdelijk ingesteld. De rechtbank zal om die reden de beroepen niet-ontvankelijk verklaren. De beroepen worden niet inhoudelijk behandeld.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:21, eerste lid van de Awb en artikel 1:441, eerste lid van het burgerlijk wetboek
2.Artikel 8:21, tweede lid van de Awb