ECLI:NL:RBZWB:2026:432

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/3891
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArtikel 231 GemeentewetInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd inzake schorsing openbare verkoop woning

Verzoeker heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die de openbare verkoop van zijn woning schorst. Deze verkoop betreft een invorderingsmaatregel in het kader van gemeentelijke belastingen, uitgevoerd op grond van de Invorderingswet 1990.

De voorzieningenrechter overweegt dat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over besluiten op grond van de Invorderingswet 1990 en dat ook het vragen van een voorlopige voorziening niet mogelijk is bij de belastingrechter. Geschillen over invorderingsmaatregelen dienen aan de civiele rechter te worden voorgelegd.

Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om inhoudelijk op het verzoek in te gaan. Tevens is geen griffierecht betaald, waardoor terugbetaling daarvan niet aan de orde is. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 januari 2026.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het verzoek tot schorsing van de openbare verkoop van de woning.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/3891 en 25/3892

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoeker over het schorsen van de openbare verkoop van de woning van verzoeker.
1.1.
Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter overweegt dat de openbare verkoop van de woning een invorderingsmaatregel is. De invordering van gemeentelijke belastingen wordt uitgevoerd met toepassing van de Invorderingswet 1990. [1] De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over een besluit dat is genomen op grond van de Invorderingswet 1990. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk om een voorlopige voorziening te vragen. Een geschil over invorderingsmaatregelen kan worden voorgelegd aan de civiele rechter.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter is onbevoegd een inhoudelijk oordeel te geven over de verzoeken. Verzoeker heeft geen griffierecht betaald. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om griffierecht terug te betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Volgens artikel 231 van Pro de Gemeentewet.