ECLI:NL:RBZWB:2026:4252
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom gemeentelijk monument
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk aan verzoekster heeft opgelegd. Het college eiste dat verzoekster binnen een korte termijn informatie verstrekte over werkzaamheden en de staat van een gemeentelijk monument. Verzoekster stelde dat zij niet tijdig kon reageren en dat zij al aanzienlijke kosten had gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van een spoedeisend belang, omdat het verzoekschrift pas na het verstrijken van de begunstigingstermijn was ingediend. Bovendien was de dwangsom een eenmalig bedrag, waardoor het schorsen van het besluit geen verdere dwangsommen kon voorkomen. De voorzieningenrechter zag ook geen aanwijzingen dat het besluit evident onrechtmatig was.
Ten slotte overwoog de voorzieningenrechter dat, indien het college tot invordering zou overgaan, verzoekster daartegen rechtsmiddelen kan aanwenden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.