ECLI:NL:RBZWB:2026:4191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Hopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitsluitend gebruik woning en toevertrouwing kinderen tijdens echtscheidingsprocedure
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 april 2026 een verzoek tot voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, beiden van Poolse nationaliteit. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toevertrouwing van de minderjarige kinderen aan haar en een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding. De man voerde verweer en verzocht onder meer om afwijzing van de verzoeken en stelde voor een co-ouderschapsregeling.
Tijdens de procedure werd gebruik gemaakt van piketmediation, die niet tot overeenstemming leidde. De vrouw stelde dat de man een alcoholverslaving heeft en dat er spanningen zijn die de gezamenlijke bewoning onhoudbaar maken. De man ontkende dit en gaf aan de woning te willen overnemen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de huidige situatie voorlopig te handhaven en verwees naar betrokken hulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat de spanningen zodanig zijn dat gezamenlijke bewoning niet langer kan. Er waren geen recente incidenten en partijen leven gescheiden binnen de woning. Ook het kindgesprek gaf geen aanleiding tot wijziging. Gezien het ontbreken van alternatieve woonruimte en de betrokken hulpverlening, wees de rechtbank het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning af en handhaafde de huidige situatie. De overige verzoeken werden eveneens afgewezen. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk, alleen cassatie in het belang der wet.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning en toevertrouwing van de kinderen af en handhaaft de huidige situatie voorlopig.