ECLI:NL:RBZWB:2026:4160

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
12012651 \ CV EXPL 25-6401 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens langdurige huurachterstand en ontruiming woning

In deze zaak vordert verhuurder Casade de ontbinding van de huurovereenkomst met huurder vanwege langdurige niet-betaling van huur. Huurder is sinds augustus 2025 gestopt met betalen, waardoor de huurachterstand is opgelopen tot negen maanden, een bedrag van €5.823,72. Casade vordert daarnaast ontruiming van de woning en betaling van een gebruiksvergoeding tot de daadwerkelijke ontruiming.

Huurder erkent de huurachterstand en geeft aan dat zijn verblijfsvergunning definitief niet is verlengd, waardoor hij geen inkomsten meer heeft en zal moeten terugkeren naar Nigeria. Tijdens de zitting is overeengekomen dat de woning uiterlijk 1 juni 2026 wordt ontruimd.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. Huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de gebruiksvergoeding tot de ontruiming, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding en ontruiming uiterlijk 1 juni 2026.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12012651 \ CV EXPL 25-6401
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
STICHTING CASADE,
te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand),
eisende partij,
hierna te noemen: Casade,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[huurder],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: mevrouw [gemachtigde]

1.De zaak in het kort

1.1.
In deze zaak gaat het over de ontbinding van een huurovereenkomst. Volgens Casade heeft [huurder] zijn huur al langere tijd niet betaald. Daarom wil Casade dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat [huurder] de woning verlaat. Ook wil Casade dat de openstaande huurachterstand wordt betaald. [huurder] had een verblijfsvergunning, maar deze is niet verlengd. Inmiddels is gebleken dat de verblijfsvergunning definitief niet wordt verlengd. Hierdoor is de uitkering van [huurder] stopgezet en heeft hij geen inkomsten meer. Ook zijn spaarsaldo is inmiddels op. De kantonrechter wijst de vorderingen van Casade toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 november 2025;
- de conclusie van antwoord van 11 december 2025;
- de hernieuwde oproeping van 1 april 2026;
- de brief van Casade van 7 april 2026;
- de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Casade verhuurt met ingang van 28 maart 2019 de woning aan [adres] (hierna: het gehuurde) aan [huurder] . De huur bedraagt € 647,08 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden Casade 2014 (hierna: algemene voorwaarden) van toepassing verklaard.
3.2.
[huurder] is vanaf augustus 2025 gestopt met het betalen van zijn huur. Bij brieven van 8 september 2025 en 23 september 2025 heeft Casade [huurder] gesommeerd om de achterstallige huur te betalen. [huurder] heeft dat niet gedaan.
3.3.
Bij dagvaarding van 17 november 2025 is de bewindvoerder van [huurder] gedagvaard in deze procedure. Bij beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 februari 2026 is de bewindvoering per 16 februari 2026 beëindigd. Casade heeft [huurder] daarom bij hernieuwde oproeping van 1 april 2026 in persoon opgeroepen om de procedure als formele en materiële partij voort te zetten.

4.Het geschil

4.1.
Casade vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Ook vordert zij, na vermindering van eis ter zitting, betaling van de tot op heden bestaande huurachterstand.
4.2.
Casade legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] tekort is geschoten in zijn verplichtingen als huurder, door niet aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Ten tijde van dagvaarding was er een huurachterstand van € 2.588,31, zijnde vier maanden. Inmiddels is de huurachterstand tot en met maart 2026 opgelopen naar negen maanden. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Casade de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
4.3.
[huurder] erkent dat sprake is van een huurachterstand. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van [huurder] aangegeven dat het helaas niet goed gaat met [huurder] . Zijn verblijfsvergunning is definitief niet verlengd en hij zal moeten terugkeren naar Nigeria. De vertrekdatum is nog niet bekend, maar de gemachtigde van [huurder] heeft aangegeven dat hij bereid is de woning op te leveren als een einddatum wordt bepaald.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

[huurder] moet de huurachterstand betalen
5.1.
[huurder] heeft erkend dat hij de bij de dagvaarding gevorderde huurtermijnen van in totaal € 2.588,31 niet heeft betaald. Tijdens de zitting is ook erkend dat vanaf augustus 2025 geen huur meer is betaald en de huurachterstand inmiddels tot en met april 2026 negen maanden bedraagt. Dat komt neer op een bedrag van € 5.823,72. De kantonrechter zal de gevorderde betaling van dit bedrag dan ook toewijzen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en de ontruiming van de woning wordt toegewezen
5.2.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar
verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
5.3.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand vier maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedraagt de huurachterstand inmiddels negen maanden.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De gemachtigde van [huurder] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat [huurder] begrijpt dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden en dat hij belang hecht aan duidelijkheid over de einddatum van de ontruiming. Beide partijen hebben aangegeven te kunnen instemmen met een ontruiming per 1 juni 2026.
5.4.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] wordt veroordeeld het gehuurde uiterlijk 1 juni 2026 te ontruimen.
[huurder] moet een bedrag van € 647,08 betalen vanaf mei 2026 tot aan de dag van de ontruiming
5.5.
Casade wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 647,08, te rekenen vanaf de maand mei 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
5.6.
[huurder] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Casade worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,92
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.294,42

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ;
6.2.
veroordeelt [huurder] om uiterlijk 1 juni 2026 het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Casade zijn, en de sleutels af te geven aan Casade;
6.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Casade:
- € 5.823,72 aan achterstallige huur tot en met april 2026;
- € 647,08 per maand vanaf mei 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;
6.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.294,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)