Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4159

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
25/761
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen van 18 december 2024, waarin bezwaar ongegrond werd verklaard. Na het instellen van het beroep heeft verweerder op 4 februari 2026 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarin het bezwaar gegrond werd verklaard en de tegemoetkoming en compensatiebedragen werden gewijzigd vastgesteld. Hierdoor is verweerder gedeeltelijk aan verzoekster tegemoetgekomen.

Verzoekster heeft daarop haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van verweerder. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren, maar er is geen reactie ontvangen. De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoekster is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 18 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/761

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. B.G.M. de Ruijter),
en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van verweerder van 18 december 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder op 4 februari 2026 dit besluit heeft vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar met daarin een gewijzigde vastgestelde O/GS-tegemoetkoming en compensatiebedrag.
1.1.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, de definitieve beschikking afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag, de beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag en de beschikking O/GS-tegemoetkoming. Met het bestreden besluit van 18 december 2024 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Op 28 januari 2025 heeft verzoekster hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op 4 februari 2026 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, het bezwaar gegrond verklaard en de O/GS-tegemoetkoming en compensatiebedrag gewijzigd vastgesteld. Hiermee is verweerder (gedeeltelijk) tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 18 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.