ECLI:NL:RBZWB:2026:4148

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
BRE 26/1690
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na besluit UWV

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar bezwaar tegen de stopzetting van haar WIA-uitkering van 3 september 2024. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.

De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingesteld en voldoet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro. Echter heeft het UWV na het instellen van het beroep alsnog op 11 maart 2026 een besluit genomen. Hierdoor ontbreekt het aan een actueel procesbelang voor eiseres.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens bepaalt de rechtbank dat het UWV het griffierecht van €54,- aan eiseres moet vergoeden omdat het besluit na het instellen van het beroep is genomen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV na het instellen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/1690

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaar tegen het besluit van 3 september 2024 inhoudende de stopzetting van de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk?
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Niet in geschil is dat de beslistermijn is verstreken voordat eiseres op 9 maart 2026 beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiseres voldoet aan de vereisten uit artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dit brengt mee dat eiseres rechtsgeldig beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
3.1.
De rechtbank stelt vast dat het UWV na het instellen van het beroep alsnog op
11 maart 2026 een besluit heeft genomen. Nu het UWV alsnog een besluit heeft genomen, heeft eiseres geen procesbelang meer.
3.2.
Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 15 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.