Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4077

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
11853510 CV EXPL 25-4202 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:230h lid 2 sub l BWArt. 6:234 BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering Q-Park wegens onbetaald parkeertarief en schadevergoeding

Op 11 maart 2025 parkeerde gedaagde zijn motor in de parkeergarage van Q-Park en verliet deze zonder te betalen via de parkeerkaart, langs de slagboom. Q-Park vordert vergoeding van het verloren kaarttarief, aanvullende schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde voert aan dat hij niet kon betalen bij de betaalautomaten en betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst tot stand kwam bij binnenrijden en dat de algemene voorwaarden onderdeel uitmaken van de overeenkomst. De vordering van Q-Park wordt toegewezen omdat gedaagde onrechtmatig handelde door zonder geldig parkeerbewijs te vertrekken. Het verweer van gedaagde dat hij niet kon betalen en dat Q-Park in verzuim was, wordt verworpen.

De buitengerechtelijke incassokosten worden toegekend conform wettelijke staffel, en de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de gedraging. De tegenvordering van gedaagde wegens vermeend misbruik van procesrecht wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 468,52 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 468,52 plus rente en proceskosten wegens onbetaald verlaten van de parkeergarage.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11853510 \ CV EXPL 25-4202
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
statutair gevestigd te Maastricht,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,
tegen
[persoon],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [persoon] ,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

[persoon] heeft op 11 maart 2025 met zijn motor geparkeerd in een parkeergarage van Q-Park. [persoon] voert aan dat hij niet met zijn parkeerkaart kon betalen bij de betaalautomaten. Daarom is hij de parkeergarage uitgereden langs de slagboom. Q-Park vordert de kosten ‘verloren kaart’ (€ 25,00), schadevergoeding (€ 382,41) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 61,11), vermeerderd met wettelijke rente. De kantonrechter wijst de vorderingen van Q-Park toe. In reconventie vordert [persoon] gemaakte proceskosten omdat Q-Park misbruik van procesrecht zou hebben gemaakt door in strijd met de waarheid te verklaren. Die vordering van [persoon] wordt afgewezen. Hierna zal worden uitgelegd waarom.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 18 augustus 2025 met producties;
  • de conclusie van antwoord in conventie met producties, tevens conclusie van eis in reconventie;
  • de conclusie van repliek in conventie met producties, tevens conclusie van antwoord in reconventie;
  • de akte van depot van Q-Park, tot overlegging van een usb-stick;
  • de conclusie van dupliek in conventie met producties, tevens conclusie van repliek in reconventie;
  • de akte uitlaten producties van Q-Park.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Q-Park is exploitant en beheerder van de parkeeraccommodatie Eindhoven-Kennedyplein (hierna: de parkeergarage).
3.2.
Op het informatiebord bij de ingang van de parkeergarage worden voorafgaand aan het naar binnen rijden de geldende tarieven vermeld en wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van Q-Park. Q-Park heeft de door haar gebruikte algemene voorwaarden op 14 februari 2025 gewijzigd.
3.3.
In de toepasselijke algemene voorwaarden staan onder meer de volgende bedingen:
5.5. Het met een Motorvoertuig of enig ander voertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs (bijvoorbeeld door langs de slagboom te rijden of door middel van het zogenoemde “treintje rijden”, waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt,) is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” (zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit) verschuldigd, alsmede een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 382,41 (prijspeil 2025).
5.6
Q-Park is vrij het in artikel 5.5 genoemde bedrag aan aanvullende schadevergoeding jaarlijks te indexeren conform CPI.”
3.4.
Op 11 maart 2025 om 16.06 uur is [persoon] met zijn motor, met kenteken [kenteken] , de parkeergarage van Q-Park uitgereden langs de slagboom zonder daarvoor te betalen met de parkeerkaart die hij ontvangen had uit de automaat bij het inrijden van de parkeergarage.
3.5.
In de parkeergarage zijn op meerdere plaatsen help-knoppen – bij uitritten, inritten, loopdeuren en betaalautomaten – waarmee contact kan worden verkregen met de klantenservice van Q-Park (de Q-Park Control Room) die 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar is.

4.Het geschil in conventie

4.1.
Q-Park vordert – samengevat – dat [persoon] wordt veroordeeld om aan haar te betalen een bedrag van € 468,52 aan tarief verloren kaart, aanvullende schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum van pleging tot de dag van volledige betaling en met veroordeling van [persoon] in de kosten van de procedure.
4.2.
Q-Park legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [persoon] is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst door zonder gebruik van een geldig parkeerbewijs de parkeergarage te verlaten. Subsidiair is sprake van onrechtmatig handelen van [persoon] . [persoon] is daarom op grond van de artikelen 5.5 en 5.6 van de toepasselijke algemene voorwaarden het tarief van de verloren kaart van € 25,00 en een aanvullende schadevergoeding verschuldigd van € 382,41. Ondanks aanmaning heeft [persoon] die bedragen niet vergoed. Q-Park maakt daarom ook aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
4.3.
[persoon] voert verweer. [persoon] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Q-Park, dan wel tot ongegrondverklaring van de vordering, met veroordeling van Q-Park in de kosten van deze procedure.
4.4.
[persoon] voert als verweer het volgende aan. Q-Park heeft in de dagvaarding niet het verweer van [persoon] vermeld en daarmee niet aan de waarheidsplicht en substantiërings-plicht voldaan waardoor zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. [persoon] erkent langs de slagboom te zijn gereden, maar kon met de parkeerkaart niet bij de betaalautomaten betalen. Op de parkeerkaart stond ook niet het kenteken van de motor, maar enkel sterretjes. [persoon] is niet akkoord gegaan met de algemene voorwaarden van Q-Park. Subsidiair geldt dat Q-Park ten onrechte heeft verzwegen dat [persoon] niet bij de betaalautomaten kon betalen en daardoor verkeert Q-Park in schuldeisersverzuim.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.Het geschil in reconventie

5.1.
[persoon] vordert dat Q-Park wordt veroordeeld tot betaling van:
- een bedrag van € 11,40 aan reiskosten;
- een bedrag van € 153,12 aan verletkosten;
- een bedrag van € 250,00 aan kosten voor het schrijven van het verweerschrift.
5.2.
[persoon] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Q-Park maakt misbruik van procesrecht door in strijd met de waarheid te verklaren. [persoon] heeft daarom recht op vergoeding van de gevorderde bedragen.
5.3.
Q-Park betwist de vordering van [persoon] .
5.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

6.De beoordeling in conventie

Waarheidsplicht en substantiëringsplicht
6.1.
[persoon] voert aan dat Q-Park de waarheidsplicht en substantiëringsplicht heeft geschonden en dit moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van Q-Park in haar vordering. [persoon] voert aan dat hij met een brief van 7 april 2025 aan mr. Sprenkels contact heeft gezocht en een medewerker van het kantoor van mr. Sprenkels de ontvangst van de brief bevestigd heeft. Volgens [persoon] heeft hij in de brief zijn situatie uiteen gezet en heeft Q-Park die gang van zaken ten onrechte niet in de dagvaarding vermeld.
6.2.
De waarheidsplicht van artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) legt partijen de verplichting op zich te onthouden van het bewust achterhouden en verdraaien van de voor de beslissing belangrijke feiten. Aan deze plicht wordt ook inhoud gegeven door de vereisten van artikel 111 lid 3 Rv Pro. In dit artikel is bepaald dat de eiser in de dagvaarding ook de bekende verweren van de wederpartij en de daarvoor aangevoerde gronden moet aangeven.
6.3.
De kantonrechter is van oordeel dat hier geen sprake is van schending van artikel 21 en Pro/of artikel 111 lid 3 Rv Pro. Q-Park heeft de ontvangst van een brief van [persoon] en de stelling van [persoon] dat hij telefonisch contact heeft gehad met het kantoor van mr. Sprenkels namelijk betwist. Vervolgens heeft [persoon] geen voldoende onderbouwing gegeven van ontvangst van de gestelde brief door mr. Sprenkels. De algemene stelling dat een medewerker van het kantoor van mr. Sprenkels de ontvangst van de brief bevestigd zou hebben, is onvoldoende. Het had op de weg van [persoon] gelegen om in ieder geval een kopie van betreffende brief te overleggen en concreet te benoemen wanneer en met wie van het kantoor van mr. Sprenkel hij telefonisch contact heeft gehad. Omdat [persoon] dat niet heeft gedaan, kan er niet vanuit worden gegaan dat bij mr. Sprenkels en dus Q-Park (schriftelijk of telefonisch gemeld) verweer van [persoon] bekend was. Daardoor is geen sprake van het bewust achterhouden van informatie door Q-Park. Maar zelfs in het geval Q-Park verzuimd zou hebben om bij haar bekend verweer op te nemen in de dagvaarding, dan geldt dat [persoon] daardoor niet in zijn belangen is geschaad omdat hij verweer heeft gevoerd in deze procedure waarop vervolgens bij re- en dupliek is gereageerd.
Strijd met artikel 85 lid 1 Rv Pro
6.4.
[persoon] voert aan dat Q-Park met de gedeponeerde beelden op de usb-stick in strijd handelt met artikel 85 lid 1 Rv Pro omdat de usb-stick niet aan hem is gestuurd. [persoon] voert aan dat dit ook in strijd is met de artikelen 1.1 en 1.2 van het proces-reglement en dat het gevolg hiervan moet zijn dat de beelden niet mogen worden gebruikt in de procedure. Uit artikel 2.27 van het ‘landelijke procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton’ volgt dat bij deponering van een usb-stick de partij een kopie daarvan stuurt aan de andere partij. De door Q-Park genoemde privacy-redenen geven de kantonrechter hier echter aanleiding om van voornoemde bepaling in het procesreglement af te wijken en dus niet de verstrekking van een kopie van de usb-stick aan [persoon] te verlangen. [persoon] is hierdoor ook niet benadeeld omdat hij naar aanleiding van de brief van 22 oktober 2025 van de griffie van de rechtbank in de gelegenheid was een afspraak te maken om de gedeponeerde informatie op het usb-stick te bekijken. Daarmee is voldaan aan het beginsel van hoor en wederhoor.
Geen ambtshalve toetsing van de informatieplichten
6.5.
De vordering van Q-Park is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst is gesloten door middel van een geautomatiseerde handelsruimte als bedoeld in artikel 6:230h lid 2 sub l Burgerlijk Wetboek (BW). Dit leidt ertoe dat de overeenkomst is uitgezonderd van de informatieplichten als bedoeld in Afdeling 2B, Titel 5, BW. De kantonrechter zal daarom niet ambtshalve toetsen of aan (pre)contractuele informatieplichten is voldaan.
De overeenkomst
6.6.
Voorop gesteld wordt dat bij het passeren van de slagboom bij het binnenrijden van de parkeergarage een overeenkomst tot stand is gekomen. Partijen verschillen erover van mening of de algemene voorwaarden van Q-Park onderdeel van de overeenkomst zijn. [persoon] betwist namelijk dat hij met die algemene voorwaarden akkoord is gegaan. Na deze betwisting heeft Q-Park toegelicht dat vooraf bij het inrijden duidelijk melding wordt gemaakt van de geldende tarieven en toepasselijkheid van de algemene voorwaarden met vermelding waar die opgevraagd kunnen worden. [persoon] heeft dit niet (of onvoldoende) betwist. Dit betekent dat Q-Park aan [persoon] een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen (artikel 6:234 BW Pro). De algemene voorwaarden maken daarmee onderdeel uit van de overeenkomst waardoor [persoon] daaraan is gebonden.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
6.7.
De kantonrechter stelt verder vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden (versie 14-02-2025) voor wat betreft deze vordering geen bedingen bevatten die afzonderlijk of in samenhang gezien, oneerlijk zijn. Het tarief verloren kaart (een vergoeding voor het gederfde parkeertarief) is redelijk en laat onverlet dat Q-Park een (aanvullende) schadevergoeding in de vorm van een forfaitair bedrag mag vorderen. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter niet oneerlijk. Het forfaitaire bedrag van € 382,41 dient namelijk als prikkel tot nakoming (uitrijden nadat er is betaald) en mag in dat opzicht voldoende afschrikwekkend zijn om het op onrechtmagie wijze verlaten van de parkeergarage te ontmoedigen. Bovendien staat het in redelijke verhouding tot de belang van Q-Park en dient het voor vergoeding van algemenere schade, zoals onder meer investeringen en werkzaamheden om onrechtmatig verlaten van de parkeergarage te registreren en tegen te gaan.
Tarief verloren kaart en schadevergoeding
6.8.
[persoon] erkent de parkeergarage te hebben verlaten zonder gebruik te maken van een parkeerkaart. Daarmee heeft hij in strijd gehandeld met artikel 5.5 van de algemene voorwaarden en is hij het tarief verloren kaart van € 25,00 en de schadevergoeding van € 382,41 verschuldigd. [persoon] beroept zich erop dat hij niet bij de betaalautomaten kon betalen en daarvoor twee keer de hulpknop heeft ingedrukt waarop steeds is geantwoord dat hij bij een andere betaalautomaat moest proberen te betalen. Q-Park heeft dit gemotiveerd betwist met verwijzing naar log-gegevens en een verklaring van de teamleider van QCR (producties 7 en 8). Hierdoor is niet komen vast te staan dat [persoon] de hulpknop heeft ingedrukt bij de betaalautomaten. Maar zelfs als hij dat gedaan mocht hebben zoals hij aanvoert, dan rechtvaardigde dat nog niet zijn keuze om de parkeergarage te verlaten door langs de slagboom weg te rijden. [persoon] had dan wederom opnieuw contact moeten zoeken met een medewerker van Q-Park door middel van de hulpknoppen doch in ieder geval bij de slagboom assistentie moeten verzoeken voor een oplossing voor het niet kunnen betalen. Uit het beeldmateriaal blijkt dat [persoon] geen assistentie bij de slagboom heeft gevraagd. De kantonrechter gaat op grond van het voorgaande voorbij aan het verweer van [persoon] dat sprake is van schuldeisersverzuim van Q-Park. De gevorderde bedragen aan tarief verloren kaart van € 25,00 en (aanvullend) gevorderde schadevergoeding van € 382,41 zijn daarom toewijsbaar.
Wettelijke rente
6.9.
De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de datum van de gedraging, zijnde 11 maart 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
6.10.
Q-Park vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat [persoon] een consument is, is voor het toekennen van een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten vereist dat Q-Park hem na het intreden van het verzuim vruchteloos heeft aangemaand door middel van een zogenoemde 14-dagenbrief. De kantonrechter stelt vast dat de door Q-Park verzonden aanmaning van 21 maart 2025 waarvan [persoon] de ontvangst niet (voldoende gemotiveerd) heeft weersproken, voldoet aan de wettelijke vereisten. Het gevorderde bedrag van € 61,11 is conform de wettelijke staffel, zodat dit bedrag wordt toegewezen. Omdat Q-Park niet heeft gesteld en onderbouwd dat zij de buitengerechtelijke incassokosten al heeft betaald en die schade dus al heeft geleden, zal de gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (18 augustus 2025).
Proceskosten
6.11.
[persoon] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
217,50
(2,5 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
516,78

7.De beoordeling in reconventie

7.1.
Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat Q-Park met haar vordering geen misbruik van procesrecht heeft gemaakt. Er is daarom geen grondslag voor betaling van de gevorderde werkelijke proceskosten. De vordering van [persoon] wordt daarom afgewezen.
7.2.
[persoon] zal worden veroordeeld in de proceskosten omdat hij in het ongelijk is gesteld. Die kosten worden echter begroot op nihil omdat de vordering van [persoon] voortvloeit uit het partijdebat in conventie.

8.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
8.1.
veroordeelt [persoon] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 468,52, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 407,41 vanaf 11 maart 2025 en over € 61,11 vanaf 18 augustus 2025, alles tot de dag van volledige betaling,
8.2.
veroordeelt [persoon] in de proceskosten van € 516,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [persoon] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
8.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
8.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
In reconventie
8.5.
wijst de vordering af,
8.6.
veroordeelt [persoon] in de proceskosten, aan de zijde van Q-Park begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.