ECLI:NL:RBZWB:2026:4037
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht opgelegd na RDW-keuring na wetswijziging
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van €3.061 die door de inspecteur is opgelegd. De naheffingsaanslag is gebaseerd op het feit dat de RDW-keuring van de auto op 6 juli 2023 plaatsvond, na de wetswijziging per 1 juli 2023, waardoor de forfaitaire afschrijvingstabel van na die datum moet worden toegepast.
Belanghebbende voerde aan dat zij erop mocht vertrouwen dat de RDW de auto vóór 1 juli 2023 zou goedkeuren, mede omdat bij versnelde inschrijving de goedkeuring doorgaans binnen 1 à 2 werkdagen plaatsvindt. De inspecteur stelde dat belanghebbende als professionele autohandelaar bewust kort voor de wetswijziging de aanvraag heeft ingediend en dat de keuring pas op 6 juli 2023 heeft plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de keuring na 1 juli 2023 plaatsvond en de forfaitaire tabel van die datum van toepassing is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat belanghebbende geen handeling of uitlating van de inspecteur heeft gesteld die een in rechte te beschermen vertrouwen rechtvaardigt. Ook een eventuele toezegging van de RDW kan de inspecteur niet binden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM wegens toepassing van de forfaitaire tabel per 1 juli 2023.