Eiser, voormalig leerling stoffeerder, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische en fysieke klachten sinds 3 maart 2021. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank beoordeelde het medisch dossier, inclusief rapporten van een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). De arts constateerde diverse fysieke en psychische klachten, maar oordeelde dat deze niet voldeden aan de criteria voor volledige arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts b&b bevestigde dit oordeel en handhaafde een urenbeperking vanwege EMDR-behandelingen.
Eiser voerde aan dat zijn psychische klachten en de impact van EMDR-behandelingen onvoldoende waren meegewogen, maar de rechtbank vond dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat. Ook het verzoek om een deskundige psychiater werd afgewezen.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde geschikte functies vast voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid, wat leidde tot een percentage van 17,53%. Omdat dit onder de 35% ligt, is er geen recht op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de uitkering blijft staan.