Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3978

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
25/3547 en 25/3548
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroepen tegen aanslagen vennootschapsbelasting wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen vennootschapsbelasting over 2018 en 2019. De rechtbank beoordeelt dat de beroepschriften te laat zijn ingediend, aangezien de termijn van zes weken na dagtekening van de uitspraken op bezwaar is overschreden.

De beroepschriften zijn aangetekend verzonden, maar de poststempel toont dat ze pas op 21 juli 2025 op de post zijn gedaan, terwijl de termijn eindigde op 7 juli 2025. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de indiening eerder plaatsvond.

De stelling van belanghebbende dat tijdige kennisname onmogelijk was vanwege de rechtsvorm en locatie wordt niet als verontschuldiging geaccepteerd. De rechtbank concludeert dat het te laat indienen niet verontschuldigbaar is en verklaart de beroepen niet-ontvankelijk, waardoor de bestreden besluiten in stand blijven.

Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen vennootschapsbelasting 2018 en 2019 worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/3547 en 25/3548

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] (Verenigde Staten), belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 26 mei 2025. De beroepen zien op de aanslagen vennootschapsbelasting 2018 en 2019, met aanslagnummers [aanslagnummer 1] .V.86.1102. en [aanslagnummer 2] .V.96.0112.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat ze te laat zijn ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
3.1.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan.
3.2.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraken op bezwaar 26 mei 2025 is. Uit de door de inspecteur overgelegde informatie van PostNL volgt dat de brief op 26 mei 2025 aangetekend is verzonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 7 juli 2025.
4.1.
Belanghebbende heeft het beroepschrift aangetekend met PostNL verstuurd. Gelet op de poststempel op de envelop gaat de rechtbank ervan uit dat het beroepschrift op 21 juli 2025 op de post is gedaan. Het beroepschrift is dus na afloop van de beroepstermijn ter post aangeboden. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het eerder op de post is gedaan. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft in dat verband aangevoerd dat zij een naar Amerikaans recht opgerichte Limited Partnership is en dat het voor haar partners onmogelijk was om tijdig kennis te nemen van de uitspraken op bezwaar. Deze stelling is verder niet onderbouwd. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim. De rechtbank acht ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. De inspecteur heeft stukken overgelegd waaruit volgt dat de uitspraken op bezwaar voor de jaren 2018 en 2019 op 26 mei 2025 aangetekend zijn verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brieven op 3 en 4 juni 2025 zijn bezorgd. Belanghebbende heeft vervolgens niet tijdig beroep ingesteld. Het te laat indienen is dus niet verontschuldigbaar.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 11 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.