ECLI:NL:RBZWB:2026:397

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
25/4920
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht omgevingsvergunning

Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor het optoppen met twee bouwlagen en het verbouwen van appartementen aan een adres in Tilburg. Zij stelde beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De rechtbank stelde vast dat eiseres het griffierecht van €194,- niet had betaald, ondanks meerdere aanmaningen, waaronder een aangetekende brief en een laatste betalingsmogelijkheid. Eiseres gaf geen reden voor het niet betalen van het griffierecht, waardoor geen sprake was van een verontschuldiging.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk werd behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 januari 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4920

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 13 augustus 2025 over de verleende omgevingsvergunning voor het optoppen met twee bouwlagen en verbouwen van appartementen aan [adres] te [plaats] , waartegen eiseres bezwaar had gemaakt.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft eiseres bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 29 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Daarbij is vermeld dat als het griffierecht niet of niet op tijd wordt betaald, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. In een brief van 9 december 2025 is eiseres nogmaals de gelegenheid geboden om het griffierecht binnen twee weken te betalen.
5. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A.M. van Hoof, griffier, op 22 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.