ECLI:NL:RBZWB:2026:3953

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446823 / FA RK 26-1751
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • de Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 lid 2 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel bij bipolaire-stemmingsstoornis onder voorwaarden

Betrokkene verblijft op grond van een crisismaatregel in een zorginstelling na een besluit van de burgemeester. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de zitting verklaart betrokkene dat zij haar opname graag vrijwillig wil voortzetten, maar de machtiging als stok achter de deur beschouwt.

De behandelaar licht toe dat betrokkene een manisch psychotisch toestandsbeeld vertoont met oplopende spanningen en grensoverschrijdend gedrag, wat aanleiding gaf tot verplichte zorg. De behandelaar acht een terugkeer naar huis op dit moment niet wenselijk vanwege de stressgevoeligheid van betrokkene.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door het risico op agressie en gevaar voor de veiligheid, veroorzaakt door een psychische stoornis. De crisis is zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarom verleent de rechtbank de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, waarbij diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, worden toegestaan onder de voorwaarde dat betrokkene vrijwillig haar medicatie inneemt.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg onder voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446823 / FA RK 26-1751
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , Nieuw-Zeeland,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
thans verblijvend bij [verblijfplaats] ,
advocaat mr. R.T.K. Davidse uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Davidse;
- de heer [verpleegkundig specialist, behandelaar] , verpleegkundig specialist, behandelaar.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft op grond van nawerking met een crisismaatregel in [verblijfplaats] . De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 3 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt tijdens de zitting dat het ‘in principe wel goed’ met haar gaat. Betrokkene heeft soms nog last van triggers. Betrokkene wil haar opname bij [verblijfplaats] graag in het vrijwillig kader voortzetten. Zij vindt het belangrijk dat zij pas terugkeert naar huis als het goed met haar gaat. Betrokkene beschouwt de machtiging dan ook als stok achter de deur.
4.2.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van een manisch psychotisch toestandsbeeld. Betrokkene was aan het begin van haar opname geagiteerd en zij voelde zich niet begrepen. Afgelopen vrijdag is verplichte zorg noodzakelijk geweest. Op dit moment is er nog steeds sprake van een psychotisch toestandsbeeld maar volgens de behandelaar is het zeer waarschijnlijk mogelijk de zorg in het vrijwillig kader voort te zetten. De behandelaar benadrukt echter dat betrokkene zich op het snijvlak tussen verplichte zorg en vrijwillige zorg bevindt. Uit het verleden blijkt namelijk dat betrokkene zelfstandig met ontslag gaat als het slecht met haar gaat. De behandelaar acht een terugkeer naar huis op dit moment niet wenselijk, gelet op de stress waarmee betrokkene aldaar wordt geconfronteerd. Betrokkene is gevoelig voor ontregeling bij een te hoge mate van stress. Betrokkene dient bereid te zijn haar opname bij [verblijfplaats] vrijwillig voort te zetten.
4.3.
De advocaat stelt namens betrokkene dat zij enerzijds de zorg in het vrijwillig kader voort wil zetten. Anderzijds beschouwt betrokkene de machtiging als stok achter de deur.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat bij betrokkene sprake is van oplopende spanningen waarbij zij grensoverschrijdend gedrag vertoont. Zo heeft betrokkene tijdens haar opname neus-aan-neus gestaan met een verpleegkundige. Verder roept betrokkene agressie op van een ander door aanhoudende fysieke aanraking.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van bipolaire-stemmingsstoornissen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.
Daarnaast zal de rechtbank, analoog aan artikel 6:4, tweede lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (met betrekking tot het ambtshalve opnemen van vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging), als verplichte vorm van zorg opnemen:
- ‘het toedienen van medicatie’.
5.8.
Daarbij overweegt de rechtbank dat ten aanzien van betrokkene geen verplichte zorg zal worden verleend zolang betrokkene op vrijwillige basis haar medicatie inneemt en er geen ernstig nadeel dreigt dan wel optreedt. Wanneer betrokkene zich niet aan voormelde voorwaarden houdt, kunnen de maatregelen die in 5.6. en 5.7. staan worden toegepast.
5.9.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Uit hetgeen de behandelaar tijdens de zitting heeft verklaard is de rechtbank gebleken dat onvoldoende duidelijk is of er sprake is van duurzame vrijwilligheid bij betrokkene. De samenwerking met betrokkene is nog niet voldoende duurzaam om verdere behandeling te laten plaatsvinden vanuit een vrijwillig kader.
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , Nieuw-Zeeland, wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. en 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
1 mei 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. de Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. de Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 24 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.