Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verdachte] ,
Procedure
Beoordeling
Beslissing
30 (dertig) dagen;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in Middelburg een beslissing genomen over de verlenging van de gevangenhouding van een verdachte, die wordt verdacht van poging tot moord. De verdachte, geboren in 1995, is momenteel gedetineerd en heeft een raadsvrouw, mr. C. Willekes. De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. M.C. Fimerius, de verdachte en de raadsvrouw gehoord. De officier van justitie heeft een verlenging van de gevangenhouding gevorderd voor 83 dagen, terwijl de verdediging de ernstige bezwaren en de gronden voor voorlopige hechtenis heeft betwist en een verzoek tot schorsing heeft gedaan.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de ernstige bezwaren tegen de verdachte, die voortkomen uit getuigenverklaringen en het feit dat de verdachte het slachtoffer heeft gestoken, nog steeds bestaan. De rechtbank overweegt dat de vrijlating van de verdachte tot maatschappelijke onrust kan leiden, gezien de ernst van het feit en de publieke reactie daarop. De rechtbank concludeert dat er sprake is van een ernstig geschokte rechtsorde, wat een belangrijke reden is voor de verlenging van de gevangenhouding.
De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat het strafvorderlijk belang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van de verdachte. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aangetoond die schorsing rechtvaardigen. De rechtbank verzoekt de officier van justitie om de reclassering te laten onderzoeken of en onder welke voorwaarden schorsing mogelijk zou kunnen zijn. De beslissing is genomen in raadkamer op 6 januari 2026.