Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A16 te Moerdijk op 16 juni 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat de gedraging niet was verricht en dat ten onrechte was afgezien van staandehouding.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. De verbalisant zag betrokkene de afrit naar een tankstation nemen en had de mogelijkheid om de bestuurder aan te spreken, maar zag af van staandehouding omdat hij in een privévoertuig reed en er geen reële mogelijkheid was om de identiteit vast te stellen.
De rechtbank stelt dat het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden verboden is en dat de boete terecht is opgelegd. Ook het beroep tegen het afzien van staandehouding wordt verworpen omdat de omstandigheden dit rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.