ECLI:NL:RBZWB:2026:385

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking van 30 oktober 2024 betreffende een onroerend goed. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de beroepstermijn.

De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, die op 30 oktober 2024 is gedateerd. De termijn eindigde derhalve op 12 december 2024. Het beroepschrift is echter pas op 17 februari 2025 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.

Belanghebbende stelde dat het beroepschrift eerder per post was verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken met bewijsstukken. De rechtbank oordeelt dat het risico van postbezorging voor rekening van belanghebbende komt en dat er geen sprake is van een verontschuldigbare omstandigheid. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/858

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 oktober 2024. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking met [aanslagnummer] voor het object [adres] te [plaats].
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 30 oktober 2024 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 12 december 2024.
4.1.
Belanghebbende heeft het beroepschrift met de post verstuurd. Het beroep is bij de rechtbank ontvangen op 17 februari 2025. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende stelt dat het beroepschrift eerder per post is verstuurd. Door een fout in de postbezorging zou het beroepschrift nooit zijn ontvangen. Op het moment dat belanghebbende na een lange tijd niets hoort, heeft belanghebbende contact opgenomen met de griffie en aangegeven het beroepschrift nogmaals in te dienen. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim.
5.1.
De rechtbank overweegt dat het risico van verzending in beginsel voor rekening van de verzender komt. Belanghebbende heeft zijn standpunt niet onderbouwd met nadere stukken. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het beroepschrift daadwerkelijk tijdig is verzonden. Daarnaast is er eveneens geen sprake van een geringe omstandigheid of een niet aan de belanghebbende te wijten omstandigheid. Het had op de weg van belanghebbende gelegen om eerder contact met de rechtbank op te nemen. Belanghebbende heeft pas ruim drie maanden na het verstrijken van de beroepstermijn contact opgenomen met de rechtbank.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.