Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3820

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446889 / JE RK 26-608
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpaccommodatie

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 april 2026 een spoedmachtiging verleend voor de uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Dit besluit is genomen op verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) vanwege ernstige verbale en fysieke agressie van de minderjarige richting gezinsleden, wat leidde tot politie-ingrijpen en verblijf op het politiebureau.

De kinderrechter oordeelde dat het dringend en onverwijld noodzakelijk was om de minderjarige uit huis te plaatsen, omdat terugplaatsing bij de moeder niet mogelijk was en er geen veilig netwerk beschikbaar was. Tevens bestond het risico dat de minderjarige zou vluchten of wraak zou nemen op het gezin. Een plek was beschikbaar op crisisgroep De Loopplank, maar een definitieve plaatsing in gesloten jeugdhulp kon nog niet worden gerealiseerd.

De machtiging geldt van 7 april 2026 tot 20 april 2026 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct van kracht is. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden en zal gecombineerd worden met andere spoedverzoeken. De moeder krijgt een advocaat toegewezen en alle betrokkenen worden uitgenodigd voor een mondelinge behandeling om hun mening te geven.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen drie maanden na de uitspraak of betekening.

Uitkomst: Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpaccommodatie verleend van 7 tot 20 april 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446889 / JE RK 26-608
Datum uitspraak: 7 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het mondelinge spoedverzoek van de GI op 7 april 2026, gevolgd door de op 9 april 2026 ontvangen schriftelijke bevestiging met bijlagen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] staat ingeschreven op een adres in [plaats] , maar is woonachtig bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 oktober 2020 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 23 oktober 2020 en tot 23 april 2021. De maatregel is laatstelijk verlengd tot 23 juli 2024.
2.4.
Bij beslissing van deze rechtbank van 6 april 2026 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 6 april 2026 en tot 20 april 2026. Daarnaast is er een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 6 april 2026 en tot 20 april 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Daarnaast verzoekt de GI om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot aan meerderjarigheid. De GI verzoekt bovendien de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst gedurende dag en nacht in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (conform artikel 1:265b van het Burgerlijk Wetboek). Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] .
4.2.
Uit het verzoek is gebleken dat [minderjarige] op 6 april 2026 forse verbale en fysieke agressie heeft laten zien richting meerdere gezinsleden, waardoor de politie ter plaatse moest komen en hem heeft meegenomen naar het politiebureau. Door de kinderrechter is vervolgens op 6 april 2026 onder andere een spoedmachtiging gesloten plaatsing afgegeven voor de duur van twee weken. Het is de GI echter niet gelukt om voor [minderjarige] een plek te vinden binnen de gesloten jeugdzorg, wat maakt dat hij nog steeds op het politiebureau verblijft. [minderjarige] kan echter niet langer op het politiebureau blijven en zal worden vrijgelaten. Het is niet mogelijk om [minderjarige] terug te plaatsen bij de moeder en hij beschikt ook niet over een ander netwerk dat de GI veilig genoeg acht. De vrees bestaat dat [minderjarige] zal vluchten en onderduiken zodra hij wordt vrijgelaten. Tevens dreigt [minderjarige] wraak te nemen op zijn gezin. Er is een plek beschikbaar voor [minderjarige] op crisisgroep De loopplank. Een spoedmachtiging uithuisplaatsing is noodzakelijk, zodat [minderjarige] binnen een veilige omgeving kan verblijven en een plek binnen de gesloten jeugdhulp kan worden afgewacht. Het is nog onduidelijk wanneer [minderjarige] binnen de gesloten jeugdhulp terecht kan.
4.3.
Om bovenstaande redenen zal de kinderrechter het verzoek voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling toewijzen, te weten tot 20 april 2026, onder aanhouding van het restant.
4.4.
Aan de moeder zal een advocaat worden toegevoegd. De GI, de moeder en haar (nog te benoemen) advocaat, de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en [minderjarige] (en zijn nog te benoemen) advocaat worden op de mondelinge behandeling van [datum] 2026 in de gelegenheid gesteld hun mening over het verzoek te geven. Het onderhavige verzoek zal daarbij, wegens de nauwe samenhang, gecombineerd worden behandeld met de eerder geplande mondelinge behandeling ten aanzien van (het resterende deel van) de (spoed)verzoeken van de Raad in de zaak met de zaaknummers
C/02/446812 / JE RK 26-589en
C/02/446816 / JE RK 26-590.
4.5.
De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.6.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 april 2026 en tot 20 april 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt iedere verdere beslissing over de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] aan;
5.4.
roept de GI, de Raad, de moeder (en haar advocaat) en Keano (en zijn advocaat) op voor de zitting
op [datum] 2026 om [uur]in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg ten overstaan van mr. I. Dijkman voor de duur van 45 minuten;
5.5.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.6.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is mondeling gegeven op 7 april 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, en vastgelegd in deze beschikking in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, op 9 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.