Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2:heeft geprobeerd [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een vuurwapen in zijn directe nabijheid te schieten;
feit 4: opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld paspoort.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 9 juli 2022 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen kogels in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 9 juli 2022 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een vuurwapen kogels in de directe nabijheid van die voornoemde [slachtoffer 2] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 9 juli 2022 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een vuurwapen kogels in de directe nabijheid van die voornoemde [slachtoffer 3] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 8 augustus 2025 te ’s-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument en identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten een (Nederlands) paspoort met nummer: [paspoortnummer] en tenaamgestelde: [persoon] , door voornoemd paspoort ter identificatie van zichzelf, verdachte, aan de politie te tonen.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van vijf (5) jaar;
hij op of omstreeks 9 juli 2022 te Breda, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (met dat opzet) met een vuurwapen een of meerdere kogels in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art. 287/302 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 9 juli 2022 te Breda, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een vuurwapen een of meerdere kogels in de richting van, althans in de directe nabijheid van die voornoemde [slachtoffer 2] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art. 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 9 juli 2022 te Breda, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een vuurwapen een of meerdere kogels in de richting van, althans in de directe nabijheid van die voornoemde [slachtoffer 3] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art. 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument en/of
identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten een (Nederlands) paspoort met nummer: [paspoortnummer] en tenaamgestelde: [persoon] , door voornoemd paspoort ter identificatie van zichzelf, verdachte, aan de politie te tonen;
(art. 231 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht).