Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[straat 1] ,zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend
- gekomen bij de kruising van de [straat 1] met de [straat 3] geen gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod inhouden, immers heeft zij, verdachte, geen voorrang verleend ondanks een voor haar, verdachtes, rijrichting bestemd bord welk aangeeft dat je voorrang dient te verlenen (bord B6) in combinatie met haaientanden voor haar, verdachte, op de weg en
- zonder zich er voortdurend en voldoende van te vergewissen dat de weg welke verdachte wilde afleggen vrij was om bovengenoemde kruising over te steken,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.Beslissing
een taakstraf van 150 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
75 dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar;
.
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede
rijdende over de weg, [straat 4] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn
schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- gekomen bij de kruising van de [straat 1] met de [straat 3] -
geen gevolg te geven aan een verkeersteken(s) die/dat een gebod of verbod
inhoud(t)(en), immers heeft zij, verdachte, geen voorrang verleend ondanks een
voor haar, verdachtes, rijrichting bestemd bord welk aangeeft dat je voorrang dient
te verlenen (bord B6) in combinatie met haaientanden voor haar, verdachte, op de
weg, en/of
zonder zich er voortdurend/voldoende van te vergewissen dat de weg welke
verdachte wilde afleggen vrij was om bovengenoemde kruising over te steken,
bij het oversteken geen voorrang te verlenen aan een voor haar, verdachte, van
rechts komende wielrenner waardoor zij, verdachte, in botsing/aanrijding is
gekomen met voornoemde wielrenner en/of diens fiets,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) is gedood;
( art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 9 maart 2025 te [woonplaats] , gemeente Zundert, als bestuurder
van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de [straat 1] ,
- gekomen bij de kruising van de [straat 1] met de [straat 3] -
geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken(s) die/dat een gebod of verbod
inhoud(t)(en), immers heeft zij, verdachte, geen voorrang verleend ondanks een
voor haar, verdachtes, rijrichting bestemd bord welk aangeeft dat je voorrang dient
te verlenen (bord B6) in combinatie met voor haar, verdachte, haaientanden op de
weg, en/of
zonder zich er voortdurend/voldoende van heeft vergewist dat de weg welke
verdachte wilde afleggen vrij was om bovengenoemde kruising over te steken,
bij het oversteken van de kruising geen voorrang heeft verleend aan een voor haar,
verdachte, van rechts komende wielrenner waardoor zij, verdachte, in
botsing/aanrijding is gekomen met voornoemde wielrenner en/of diens fiets,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
( art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 9 maart 2025 te [woonplaats] , gemeente Zundert, als
bestuurder/bestuurster van een personenauto op de voor het openbaar verkeer
openstaande weg, de [straat 1] , ter plaatse waar voor een kruisende weg, te weten
de voor het verkeer openstaande weg, de [straat 3] , een bord B 6 van
bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst -
aanduidende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg - geen gevolg
heeft gegeven aan dat verkeersteken dat een gebod of een verbod inhoudt, immers
heeft zij, verdachte, de bestuurder van een op die kruisende weg rijdende
wielrenfiets niet in staat gesteld ongehinderd zijn weg te vervolgen, waarbij letsel
aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
( art 62 jo Pro bord B6 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 )