Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3773

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
02-127949-21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging wegens schizofrenie en hoog recidiverisico

Betrokkene is in 2022 veroordeeld wegens overtreding van artikel 312 Sr Pro en sindsdien onder tbs met verpleging geplaatst. De rechtbank beoordeelt jaarlijks of verlenging noodzakelijk is.

De tbs-instelling adviseert verlenging met twee jaar vanwege een floride psychotisch toestandsbeeld, wanen, hallucinaties en een hoog recidiverisico. De behandeling is nog niet voldoende gevorderd en betrokkene heeft nog geen verlofmodaliteiten. De psychiater en psycholoog adviseren verlenging met één jaar, met het oog op mogelijke uitstroom naar de reguliere GGZ.

De officier van justitie ondersteunt de verlenging van twee jaar, terwijl de verdediging pleit voor beëindiging of verlenging van slechts één jaar. De rechtbank oordeelt dat het recidiverisico hoog blijft en dat verlenging met twee jaar proportioneel en subsidiar is, gezien de ernst van de stoornis en het delict. De verlenging wordt dan ook toegewezen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met twee jaar wegens een hoog recidiverisico en onvoldoende voortgang in behandeling.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-127949-21
Beslissing van de meervoudige kamer van 6 mei 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
verblijvende in Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [tbs-instelling] te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
raadsvrouw: mr. C. Stroobach, advocaat te Diemen.

1.goedeDe stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 2 april 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene tot en met januari 2026;
- de rapportage van [psychiater] , psychiater, van 10 februari 2026;
- de rapportage van [psycholoog] , klinisch psycholoog, van 17 februari 2026;
- het rapport van FPK [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling) van 11 maart 2026, waarin het advies van de tbs-instelling is vermeld.

2.De procesgang

Bij vonnis van deze rechtbank van 25 april 2022 is betrokkene, wegens overtreding van
artikel 312 van Pro het Wetboek van Strafrecht, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de
duur van 8 maanden met aftrek en tbs met verpleging van overheidswege. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is op 10 mei 2022 aangevangen. De tbs is voor de laatste keer bij beslissing van deze rechtbank van 22 mei 2024 verlengd met een termijn van 2 jaren. Op 14 november 2024 is deze beslissing door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.
Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 22 april 2026 is de
officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C. Stroobach. Voorts is de deskundige mevrouw [neuropsycholoog] , klinisch neuropsycholoog, gehoord.

3.Adviezen

3.1.
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 11 maart 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. De tbs-instelling heeft daartoe, samengevat, het volgende vermeld. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en een matig ernstige stoornis in cannabisgebruik. Ondanks medicamenteuze behandeling blijft er sprake van een floride psychotisch toestandsbeeld. De psychotische kwetsbaarheid kenmerkt zich door wanen en hallucinaties. Het huidige verblijf binnen de DWP biedt bescherming, structuur, begeleiding en toezicht op medicatie-inname en abstinentie van middelen. Het recidiverisico wordt in een situatie uit zorg ingeschat als hoog. De komende twee jaren zijn noodzakelijk om het psychisch toestandsbeeld verder te stabiliseren, te (her)starten met therapieën om de risicofactoren verder te bewerken en om toe te werken naar de eerste stap in het resocialisatietraject van betrokkene. Daarnaast wordt getracht nader zicht te krijgen op de responsiviteit van betrokkene. Momenteel is nog onvoldoende duidelijk in hoeverre het psychotisch toestandsbeeld verder kan verbeteren, risicofactoren verder behandeld kunnen worden en/of in de tbs-behandeling van betrokkene de nadruk meer dient te liggen op het vormgeven van de toekomstige omgevingsprothese. De verwachting is dat het behandel- en resocialisatietraject van betrokkene nog minstens twee jaar zal duren, daar hij nog geen verlofmodaliteit heeft en zich niet of in geringe mate heeft geconformeerd aan geïndiceerde behandelinterventies.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog het volgende toegevoegd. De PJ-rapporteurs hebben verkeerde informatie ontvangen over betrokkene. Hoewel daar wel vanuit werd gegaan, zijn er nog geen pogingen gedaan om betrokkene te plaatsen naar de reguliere GGZ. De uitstroom naar beveiligingsniveau 2 en de reguliere GGZ betreffen de verwachte koers op de lange termijn en na het positief doorlopen van begeleid verlof. Betrokkene zal beginnen met de eerste stap van zijn resocialisatietraject, waardoor de door de PJ-rapporteurs geschetste koers binnen één jaar niet haalbaar wordt geacht. Verder wordt over de behandeling van betrokkene opgemerkt dat medicatie tot dusver geen effect op betrokkene heeft gehad. Daarnaast heeft de tbs-instelling geen zicht op draagkracht, draaglast en hoe het met betrokkene zou gaan indien hij minder begeleiding krijgt. Er heeft nog geen behandeling plaatsgevonden. Het begeleid verlof is onlangs aangevraagd. De stap tot onbegeleid verlof binnen één jaar is praktisch onmogelijk. De huidige afdeling is voornamelijk gespecialiseerd in psychoses en valt onder beveiligingsniveau 3. Er is geen enkele GGZ afdeling met dezelfde maatregel en beveiliging beschikbaar die dat beveiligingsniveau kan ondervangen. Betrokkene moet verder in het traject en in zijn behandeling zijn, alvorens uitstroom naar de GGZ veilig en haalbaar is. Er dienen nog vele stappen te worden doorlopen.
3.2.
Advies psychiater
De psychiater adviseert om de tbs te verlengen met één jaar. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en een stoornis in cannabisgebruik in remissie binnen de klinieksituatie. Zonder een juridisch kader met strakke externe structuur, begeleiding en medicatie, zal het recidiverisico oplopen naar een hoog risico. Betrokkene verblijft sinds een aantal jaren in de kliniek op beveiligingsniveau 3 maar heeft dit beveiligingsniveau niet langer nodig. Volgens de psychiater hoort betrokkene eerder in de reguliere GGZ thuis dan in een forensische kliniek. De psychiater adviseert daarom om over één jaar te bezien in hoeverre een overplaatsing naar de reguliere GGZ door middel van een zorgmachtiging verder vorm kan krijgen, dan wel of kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging met uitstroom naar de GGZ.
3.3.
Advies psycholoog
De psycholoog adviseert om de tbs te verlengen met één jaar. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis (thans in vroege remissie). Zonder de bescherming van de maatregel wordt de kans op recidive als hoog ingeschat, meer in het bijzonder zonder professionele zorg en medicamenteuze behandeling en als hij weer drugs gaat gebruiken. Betrokkene heeft zijn behandelplafond bereikt en er is sprake van een zekere mate van stabiliteit. Het is thans aangewezen om hem door te laten stromen naar de reguliere GGZ, wat in het kader van een zorgmachtiging kan worden gerealiseerd. In het komende jaar kunnen de voorbereidingen en plaatsing in het kader van een zorgmachtiging worden vormgegeven.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.

5.Het standpunt van de verdediging

Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij wenst dat de tbs wordt beëindigd en dat hij graag terug wil naar de GGZ.
De verdediging heeft betoogd dat er niet langer sprake is van een recidiverisico. Primair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de tbs moet worden beëindigd. Subsidiair verzoekt de verdediging de verlenging van de tbs te beperken tot één jaar, zodat over een jaar kan worden gekeken naar de mogelijkheid tot plaatsing in de reguliere GGZ. Daar krijgt betrokkene de behandeling en begeleiding die hij nodig heeft.

6.Het oordeel van de rechtbank

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Uit het advies van de tbs-instelling en de adviezen van de externe gedragsdeskundigen blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis. Daarnaast wordt het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat. Zodoende wordt nog steeds aan het wettelijke criterium voldaan.
De rechtbank is van oordeel dat met verlenging van de tbs met verpleging van overheidswege ook nog steeds wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, gelet op de aard en ernst van het indexdelict, de stoornissen en het daaruit voortvloeiende gevaar. Het verzoek van de verdediging tot beëindiging van de tbs zal de rechtbank dan ook afwijzen.
Ten aanzien van de duur van de verlenging geldt als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de maatregel met één jaar, de termijn moet worden verlengd met twee jaar. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Zo moeten in de behandeling en het traject van betrokkene nog de nodige stappen worden gezet en is de verwachting dat hiervoor nog enkele jaren nodig zijn. Betrokkene moet zelfs nog beginnen met de eerste stap van zijn resocialisatietraject, namelijk begeleid verlof. Daarna volgt onbegeleid verlof. Het is niet haalbaar om onbegeleid verlof binnen één jaar op te starten. Om die reden is ook de uitstroom naar de reguliere GGZ binnen één jaar niet mogelijk. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar.

7.De beslissing

De rechtbank
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van
betrokkenemet
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Boogert, voorzitter, en mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 mei 2026.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.