Belanghebbende was van 12 maart 2019 tot 17 februari 2023 in staat van faillissement, waardoor de curator namens hem handelde. De aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017 werd op 3 augustus 2021 gedateerd en naar de curator gestuurd, waarmee deze rechtsgeldig bekend werd gemaakt. De termijn voor het indienen van bezwaar eindigde op 14 september 2021.
Belanghebbende diende het bezwaarschrift pas op 25 september 2024 in, ruim na het verstrijken van de termijn. De rechtbank oordeelt dat het te late indienen van het bezwaar niet verontschuldigbaar is, omdat geen omstandigheden zijn gebleken die het verzuim aan belanghebbende kunnen worden toegerekend. De stelling dat belanghebbende niet geïnformeerd was door de curator is te algemeen en niet onderbouwd met bewijs.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond en het beroep niet-ontvankelijk voor zover het ziet op de ambtshalve beslissing van de inspecteur. Tevens draagt de rechtbank de inspecteur op het beroepschrift als bezwaarschrift tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering in behandeling te nemen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.