Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3765

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
BRE 25/1663
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over verrekening belastingaanslag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst over de verrekening van een bedrag van € 6.251,- op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017.

De ontvanger had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en gewezen op de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen deze beslissing. De rechtbank stelt vast dat zij als belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990, tenzij er een wettelijke uitzondering geldt. De verrekening van bedragen valt niet onder deze uitzonderingen.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en wijst erop dat een geschil over verrekening van bedragen aan de burgerlijke rechter moet worden voorgelegd. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende terugbetaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het geschil over verrekening toe aan de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/1663

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 11 februari 2025. Het beroep ziet op de verrekening van een bedrag van € 6.251,- op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 met [aanslagnummer] .H.76.01.
1.1.
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij brief van 11 februari 2025 heeft de ontvanger een uitspraak op bezwaar gedaan betreffende een verrekening van de aanslag. De ontvanger heeft in zijn beslissing het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In de uitspraak op bezwaar heeft de ontvanger opgenomen dat belanghebbende in beroep kan gaan tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
2.1.
De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. [1] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. [2] Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
2.2.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart zich onbevoegd;
 draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53 aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 4 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).