Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Procesverloop
3.Adviezen
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
wijst afde vordering van de officier van justitie.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is sinds 2007 ter beschikking gesteld met verpleging na bewezenverklaarde doodslag. De tbs werd in december 2024 voor een jaar verlengd. Het Openbaar Ministerie verzocht opnieuw om verlenging, maar onderzocht ook de mogelijkheid van beëindiging van de tbs met overgang naar een zorgmachtiging onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Diverse deskundigen, waaronder de kliniek, psychiater, psycholoog en reclassering, adviseerden unaniem om de tbs te beëindigen mits betrokkene onder een zorgmachtiging blijft, gezien zijn complexe psychiatrische problematiek, schizofrenie, depressieve stoornis en somatische klachten. Betrokkene functioneert stabiel binnen een afdeling voor ouderenpsychiatrie met intensieve begeleiding en medicatie.
De officier van justitie handhaafde de vordering tot verlenging van de tbs, stellende dat het recidiverisico en de stoornis nog aanwezig zijn en dat een zorgmachtiging onvoldoende waarborgen biedt. De rechtbank oordeelt echter dat het recidiverisico onder een zorgmachtiging als laag tot matig kan worden beheerst en dat betrokkene stabiel functioneert binnen de huidige zorgsetting.
De rechtbank verleent daarom ambtshalve een zorgmachtiging voor zes maanden en wijst de vordering tot verlenging van de tbs af. De zorgmachtiging voorziet in passende crisisopvang en waarborgt continuïteit van zorg, waarbij betrokkene tijdelijk kan worden overgeplaatst naar een tbs-kliniek indien noodzakelijk voor veiligheid.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de tbs af en verleent ambtshalve een zorgmachtiging voor betrokkene.