ECLI:NL:RBZWB:2026:3762

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
11708461 MB VERZ 25-359
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens verhuur voertuig

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een voertuig 5 km/u te hard buiten de bebouwde kom op 31 mei 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, maar de officier van justitie verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.

De kantonrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat het beroepschrift tijdig was gedateerd en vanuit het buitenland was verzonden. Hierdoor werd het beroep ontvankelijk verklaard en inhoudelijk beoordeeld.

Inhoudelijk stelde betrokkene dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd, wat werd onderbouwd met een geldige huurovereenkomst. De kantonrechter stelde vast dat op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) de boete aan de kentekenhouder wordt opgelegd, tenzij deze kan aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig is verhuurd voor maximaal drie maanden.

Omdat betrokkene deze uitzondering aantoonde, werd de boete ten onrechte aan hem opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag van €48,- werd terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd wegens verhuur van het voertuig ten tijde van de overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11708461 \ MB VERZ 25-359
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 9 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[CJIB-nummer]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats])
hierna: betrokkene
gemachtigde : Pyramid Consulting

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 5 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Heilleweg te Sluis op 31 mei 2024 om 13.54 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd. Gemachtigde zendt een kopie mee van een huurovereenkomst.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en het beroep gegrond te verklaren. Daartoe is aangevoerd dat betrokkene een geldige huurovereenkomst heeft overlegd, waaruit blijkt dat het voertuig was verhuurd ten tijde van de gedraging voor minder dan drie maanden.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de officier van justitie
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 24 juli 2024. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 8 augustus 2024 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Uit de stukken in het dossier blijkt dat het beroepschrift binnen de beroepstermijn gedateerd is en vervolgens is verzonden vanuit het buitenland.
Betrokkene krijgt daarom het voordeel van de twijfel, zodat de kantonrechter de termijnoverschrijding verschoonbaar acht. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.
Inhoudelijk
De kantonrechter zal vervolgens het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordelen.
Op grond van artikel 5 Wahv Pro wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder.
Ingevolge artikel 8 Wahv Pro is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder
( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of
( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of
( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.
Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft die stelling voldoende onderbouwd door een geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen. Daarmee staat vast dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. De boete is dan ook ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 48,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: