Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Op 16 april 2026 heeft verweerder een aanvulling/herziening op het verweerschrift ingediend en aangevoerd dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar beroep. Verweerder wijst erop dat eiseres deelneemt aan de schaderoute van de Stichting Gelijkwaardig Herstel, welke in beginsel zal leiden tot een vaststellingsovereenkomst. Eiseres zou volgens verweerder daarom niet meer in afwachting zijn van een besluit op de aanvraag om aanvullende schade via de Commissie Werkelijke Schade.
Stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op uiterlijk op 9 februari 2027 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.