4.3.2De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Inleiding
Op 10 oktober 2023, omstreeks 15:00 uur, zijn de heer [benadeelde] en zijn vrouw [slachtoffer] gaan wandelen in [plaats] . Na ongeveer driekwartier heeft de heer [benadeelde] het rondje afgebroken, omdat hij slechter ter been is dan mevrouw [slachtoffer] . Zij zou nog een stukje verder wandelen en daarna naar huis komen. De heer [benadeelde] en mevrouw [slachtoffer] hebben daarom afscheid van elkaar genomen en de heer [benadeelde] is naar huis gegaan. Om 18:17 uur heeft de heer [benadeelde] bij de politie gemeld dat zijn vrouw [slachtoffer] niet thuis is gekomen. [benadeelde] en de politie hebben vervolgens gezocht naar mevrouw [slachtoffer] . Haar lichaam is uiteindelijk op 11 oktober 2023, omstreeks 00:22 uur, door de politie gevonden in het [gebied] in [plaats] .
Aantreffen lichaam van mevrouw [slachtoffer] en verstorings- en versleepsporen
Het lichaam van mevrouw [slachtoffer] lag op ongeveer twee en een halve meter van het doorlopend bospad, dat loopt van [gebied] naar de [straat] . Ze lag op haar rug tussen de varens en de overige begroeiing. De schoenen en een groot deel van haar spijkerbroek waren bedekt met bladeren, takjes en ander los organisch materiaal. De kleding van mevrouw [slachtoffer] zat om haar lichaam. Haar voeten lagen gekruist over elkaar. In het aangezicht waren letsels zichtbaar. De rits van haar spijkerbroek was open en de knoop daarvan dicht. Op een afstand van ongeveer vijftien tot twintig meter van haar lichaam werden onder een hoop bladeren de telefoon en de jas van mevrouw [slachtoffer] gevonden.
De technische recherche heeft forensisch onderzoek gedaan naar de plaats waar het lichaam van mevrouw [slachtoffer] is aangetroffen. Op de bospaden in de nabijheid van mevrouw [slachtoffer] zijn verstorings- en versleepsporen waargenomen. Gelet op de verstoringen in de bodembedekking, het sleepspoor en de beschadiging van de begroeiing stelt de recherche dat er vermoedelijk een worsteling heeft plaatsgevonden en dat mevrouw [slachtoffer] hierna is versleept naar de plek waar zij uiteindelijk is aangetroffen. Op die plek is mevrouw [slachtoffer] op haar rug gelegd en gedeeltelijk bedekt op de hiervoor beschreven wijze. Volgens de recherche is het, gezien de sporen op het lichaam, kleding en schoenen, aannemelijk dat mevrouw [slachtoffer] onder haar oksels of aan haar polsen is versleept, waarbij haar bovenlichaam de grond niet heeft geraakt en de voeten al gekruist waren tijdens het verslepen. Op de plek waar het lichaam van mevrouw [slachtoffer] is aangetroffen, zijn geen bodemverstoringen meer waargenomen.
De doodsoorzaak van mevrouw [slachtoffer]
Uit het pathologisch onderzoek blijkt dat mevrouw [slachtoffer] door een (samen)drukkende krachtinwerking op de hals (wurgen) en een (af)drukkende krachtinwerking op de neus en mond (smoren) om het leven is gekomen. Verdachte heeft op de pro-forma zitting van 13 maart 2025 en op de zitting van 17 december 2025 bekend dat hij mevrouw [slachtoffer] met zijn handen heeft gewurgd.
Aantreffen DNA-sporen van verdachte op lichaam en kleding van [slachtoffer] en ander letsel
Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft DNA-onderzoek verricht aan het lichaam en de kleding van mevrouw [slachtoffer] . Hieruit is gebleken dat op de oksel, pols, onder drie nagels en in de hals van mevrouw [slachtoffer] DNA van verdachte zit. Op de binnenzijde van de voorkant van de tailleband van de spijkerbroek en op de binnenzijde van de slip ter hoogte van het kruis is DNA van verdachte gevonden, met spermacellen en een aanwijzing voor spermavloeistof van verdachte. Ook op de binnenzijde van de onderlip en de tanden van mevrouw [slachtoffer] is DNA van verdachte aangetroffen, opnieuw met een aanwijzing voor spermavloeistof.
Door het NFI is ook onderzoek verricht naar de letsels aan het lichaam van mevrouw [slachtoffer] . Hierbij zijn letsels waargenomen aan het gelaat, de hals, de polsen, armen en benen. Daarnaast zijn er enkele (geringe) bloeduitstortingen bij de vagina-ingang van mevrouw [slachtoffer] waargenomen. Volgens het NFI zijn deze ontstaan door een stomp botsende krachtinwerking, zoals stoten of penetratie met een voorwerp of een lichaamsdeel. In de vagina waren geen letsels.
Verkrachting of feitelijke aanranding van de eerbaarheid?
Op basis van het bovenstaande, het dossier en verhandelde ter zitting kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte mevrouw [slachtoffer] heeft verkracht. Er zijn namelijk geen verwondingen of sperma van verdachte in de vagina van mevrouw [slachtoffer] aangetroffen, alleen aan de buitenkant van de vagina. Om verkrachting te kunnen vaststellen is bewijs voor seksueel binnendringen van het lichaam nodig. Dat is er niet. Volgens de onderzoekers zijn de hiervoor benoemde wel aangetroffen bloeduitstortingen geenszins bewijzend voor seksueel geweld. Hiervoor is meer bewijs nodig. De rechtbank is van oordeel dat de Amsterdamse zedenzaak niet als schakelbewijs kan worden gebruikt nu er geen sprake is van een handelwijze die op essentiële punten overeenkomt.
Gelet op de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte mevrouw [slachtoffer] heeft aangerand. Er is sperma van verdachte gevonden op belastende plekken, namelijk in haar broek en in haar slip ter hoogte van het kruis. Dit betekent dat verdachte in de broek van mevrouw [slachtoffer] moet zijn geweest. Daar komt nog bij dat er bloeduitstortingen bij de vagina-ingang van mevrouw [slachtoffer] zijn waargenomen en dat de rits van haar spijkerbroek open was toen zij werd aangetroffen. Al deze omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende voor een bewezenverklaring van feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Hier komt bij dat verdachte op de zitting van 17 december 2025 bij herhaling heeft verklaard dat de duivel tegen hem heeft gezegd dat mevrouw [slachtoffer] een duivel is en hem gaat vermoorden en seksuele dingen met hem gaat doen. Verdachte moest dit bij mevrouw [slachtoffer] doen voordat zij dit bij hem ging doen. Verdachte heeft op de zitting niet ontkend dat hij seksuele dingen bij mevrouw [slachtoffer] heeft gedaan. Hij zei slechts dat hij het moeilijk vond om erover te praten.
De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verdachte mevrouw [slachtoffer] heeft aangerand terwijl zij nog leefde. Deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Ten eerste kunnen de bloeduitstortingen bij de vagina-ingang van mevrouw [slachtoffer] alleen zijn ontstaan toen zij nog in leven was, omdat nadat de dood intreedt bloeduitstortingen niet meer ontstaan. Ten tweede past het aanranden van mevrouw [slachtoffer] terwijl zij nog leefde bij de verstorings- en versleepsporen in het bos. Op één plek rondom de plaats delict is een bodemverstoring zichtbaar. Volgens de recherche heeft daar een worsteling plaatsgevonden. Daarna volgt er slechts een sleepspoor naar de plek waar het lichaam van mevrouw [slachtoffer] is aangetroffen. Op die plek is er niets meer gebeurd. Daar waren namelijk geen bodemverstoringen te zien. De sporen op de achterzijde van de broek en de achterzijde van de rechterschoen van het slachtoffer zijn bovendien passend bij het verslepen van het slachtoffer met gekruiste voeten. Mevrouw [slachtoffer] is aangetroffen met gekruiste voeten, links boven rechts, zodat ook hieruit blijkt dat na het verslepen geen seksuele handelingen meer hebben plaatsgevonden.
Tot slot overweegt de rechtbank dat het DNA van verdachte met spermavloeistof in de mond van mevrouw [slachtoffer] terecht is gekomen. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte vóór haar dood al seksuele handelingen heeft verricht met [slachtoffer] waarbij zijn spermavloeistof is vrijgekomen. Mevrouw [slachtoffer] is immers om het leven gekomen doordat zij door verdachte is gewurgd en gesmoord. De rechtbank gaat er vanuit dat daarbij zijn DNA op/in de mond van mevrouw [slachtoffer] terecht is gekomen. De rechtbank gaat er, samenvattend, van uit dat verdachte mevrouw [slachtoffer] eerst heeft aangerand, daarna heeft gedood en haar vervolgens heeft versleept.
Tussenconclusie
Gelet op al het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 10 oktober 2023 mevrouw [slachtoffer] heeft aangerand en vervolgens gedood.
Gekwalificeerde doodslag?
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is, of sprake is van een gekwalificeerde doodslag. Bij gekwalificeerde doodslag doodt iemand een ander om zo een strafbaar feit te verbergen. Voor de bewezenverklaring van gekwalificeerde doodslag is het in dit geval noodzakelijk dat vastgesteld wordt dat de doodslag op mevrouw [slachtoffer] in rechtstreeks verband staat met de aanranding. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan sprake. Uit het bewijs volgt dat de aanranding en het doden in een kort tijdsbestek is gebeurd en op een relatief klein oppervlak heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank mevrouw [slachtoffer] aangerand en vervolgens gedood en versleept. In het dossier is ook geen enkel aanknopingspunt te vinden voor de stelling dat de dood van mevrouw [slachtoffer] op een ander moment in de tijd zou moeten worden geplaatst dan onmiddellijk na de aanranding.
Verder is het voor een bewezenverklaring van gekwalificeerde doodslag noodzakelijk dat vastgesteld wordt dat de doodslag op mevrouw [slachtoffer] is gepleegd met het oogmerk om òf de aanranding voor te bereiden of gemakkelijker te maken òf om de straffeloosheid ten aanzien van de aanranding te verzekeren bij betrapping op heterdaad.
De rechtbank is van oordeel dat voor het voorbereiden of gemakkelijker maken van de aanranding geen bewijs zit in het dossier. Dit past ook niet bij wat er is gebeurd. Verdachte heeft mevrouw [slachtoffer] aangerand, vervolgens gedood en versleept. Vervolgens heeft hij haar lichaam verstopt onder bladeren en takken. Uit het verslepen van het lichaam van mevrouw [slachtoffer] en het verstoppen van haar lichaam en van haar telefoon en jas iets verderop onder bladeren concludeert de rechtbank, dat verdachte mevrouw [slachtoffer] om het leven heeft gebracht met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf straffeloosheid voor de aanranding te verzekeren.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde doodslag op mevrouw [slachtoffer] .