Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal op zijn aanvraag van 23 april 2025, zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo).
De rechtbank stelt vast dat het beroep rechtsgeldig is ingesteld nadat de beslistermijn was verstreken. Echter heeft het college na het instellen van het beroep op 18 augustus 2025 alsnog een besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat eiser daardoor geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig beslissen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Eiser heeft vervolgens inhoudelijke gronden tegen het besluit van 18 augustus 2025 ingediend. De rechtbank verwijst dit beroep naar het college ter behandeling als bezwaar en draagt het college op het griffierecht aan eiser te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.