De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2010 en 2021, die bij hun moeder wonen. De ouders hebben het ouderlijk gezag, maar kampen met persoonlijke en financiële problemen, en de kinderen vertonen forse kind-eigenproblematiek met buitensporig gedrag en schoolverzuim.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd vastgesteld dat de vader niet aanwezig was, maar wel correct was opgeroepen. De kinderen werden gehoord en hun mening werd besproken. De GI onderbouwde het verzoek met het belaste verleden van het gezin, de wisselende relatie tussen de ouders, en de beperkte draagkracht en overbelasting van beide ouders. Hulpverlening is recent gestart, maar de kinderen hebben nog steeds behoefte aan sturing en gespecialiseerde behandeling.
De moeder stemde in met de verlenging en gaf aan dat het beter gaat met een van de kinderen, maar dat er nog steeds problemen zijn zoals schoolverzuim en onderlinge conflicten tussen de kinderen. De kinderrechter oordeelde dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging nog steeds bestaat en niet kan worden weggenomen zonder voortzetting van de ondertoezichtstelling. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ondertoezichtstelling verlengd tot 14 april 2027.