Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3675

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
3 mei 2026
Zaaknummer
C/02/446450 / JE RK 26-518
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Tempel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2010 en 2021, die bij hun moeder wonen. De ouders hebben het ouderlijk gezag, maar kampen met persoonlijke en financiële problemen, en de kinderen vertonen forse kind-eigenproblematiek met buitensporig gedrag en schoolverzuim.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd vastgesteld dat de vader niet aanwezig was, maar wel correct was opgeroepen. De kinderen werden gehoord en hun mening werd besproken. De GI onderbouwde het verzoek met het belaste verleden van het gezin, de wisselende relatie tussen de ouders, en de beperkte draagkracht en overbelasting van beide ouders. Hulpverlening is recent gestart, maar de kinderen hebben nog steeds behoefte aan sturing en gespecialiseerde behandeling.

De moeder stemde in met de verlenging en gaf aan dat het beter gaat met een van de kinderen, maar dat er nog steeds problemen zijn zoals schoolverzuim en onderlinge conflicten tussen de kinderen. De kinderrechter oordeelde dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging nog steeds bestaat en niet kan worden weggenomen zonder voortzetting van de ondertoezichtstelling. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ondertoezichtstelling verlengd tot 14 april 2027.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wordt verlengd met een jaar wegens aanhoudende ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446450 / JE RK 26-518
Datum uitspraak: 2 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedag 4] 2021 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door een tolk Arabisch;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht gesteld tot 14 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. Bij de kinderen is sprake van forse kind-eigenproblematiek. Bij de kinderen is sprake van buitensporig gedrag en veel verzuim op school. De kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid, nabijheid en structuur. Tot nu toe ontbreekt dit binnen het gezin, vanwege het belaste verleden. Het gezin is afkomstig uit een oorlogsgebied en heeft ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Daarnaast is de relatie tussen de ouders momenteel wisselend en kampen beide ouders met financiële problemen en persoonlijke problematiek. Bij beide ouders is sprake van een beperkte draagkracht, overvraging en overbelasting. Door mentale problemen is de vader onvoldoende in staat om moeder te ondersteunen en de kinderen te bieden wat zij nodig hebben. Op dit moment is er regelmatig contact tussen de vader, [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . Tussen de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is echter enkel beperkt tot geen contact. De kinderen accepteren verder geen gezag en regie vanuit de moeder. De moeder is onvoldoende in staat om structureel aan te sluiten bij uiteenlopende en intensieve ontwikkelingsbehoeften van de kinderen. De moeder is daarin lang overvraagd. In december 2025 is er hulpverlenging gestart vanuit [zorgorganisatie 1] en [zorgorganisatie 2] . [zorgorganisatie 1] is betrokken in de thuissituatie om een beeld te krijgen van de opvoedvaardigheden van de moeder. Daarnaast is [zorgorganisatie 1] bezig met onderzoek en diagnostiek bij alle vier de kinderen. Verder doet [zorgorganisatie 2] nog onderzoek naar [minderjarige 4] . De GI heeft zorgen om het systeem en daarnaast ook om elk kind individueel. Bij alle vier de kinderen is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is hard nodig. De moeder staat open voor begeleiding en beide ouders doen hun best, maar zij zijn momenteel nog niet in staat om de kinderen te bieden wat zij nodig hebben gelet op hun ontwikkeling. De kinderen hebben behoefte aan voorspelbaarheid, emotionele veiligheid en gespecialiseerde behandeling. Dit komt zonder sturing van de GI onvoldoende tot stand.
4.2.
De moeder stemt in met het verzoek. Zij vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling een goed idee. Inmiddels gaat het beter met [minderjarige 2] en mag zij na de meivakantie weer terug naar school. Het traject bij [zorggroep] is dus goed verlopen. Bij [minderjarige 1] is nog steeds sprake van veel verzuim van school. Verder is [minderjarige 3] rustig thuis en heeft [minderjarige 4] nu veel energie. Het gaat verder goed met de kinderen onderling, echter hebben zij soms ruzie en vechten zij daarbij. Dit mag niet van de moeder, maar de kinderen zoeken elkaar daarbij op.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.3.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Bij de kinderen is sprake van forse kind-eigenproblematiek. De kinderen hebben daardoor behoefte aan duidelijkheid, nabijheid en structuur. Tot nu toe is hier echter nog geen sprake van binnen het gezin, vanwege het belaste verleden. Ook is de relatie tussen de ouders wisselend en kampen beide ouders met hun eigen problematiek. De kinderen accepteren momenteel nog steeds geen gezag en regie vanuit de moeder. Het lukt beide ouders niet om aan te sluiten bij de kinderen en de kinderen structureel te bieden wat zij nodig hebben, gelet op hun kind-eigenproblematiek.
5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Hoewel de samenwerking tussen de moeder en de GI goed verloopt en beide ouders hun best doen, lukt het hen momenteel niet om zelfstandig de zorgen rondom de kinderen te verminderen of weg te nemen. Op dit moment zijn de ouders niet in staat om de kinderen te bieden wat zij nodig hebben. Recent is de hulpverlening vanuit [zorgorganisatie 1] en [zorgorganisatie 2] gestart. Er is op dit moment nog sturing en regie nodig vanuit de GI om ervoor te zorgen dat de kinderen meer voorspelbaarheid en emotionele veiligheid ervaren. Ook is de regie van de GI nodig om ervoor te zorgen dat passende hulpverlening wordt ingezet voor zowel de kinderen als de ouders en te waarborgen dat deze hulpverleningstrajecten geheel worden doorlopen. De positieve ontwikkeling van [minderjarige 2] moet worden voortgezet. Ook zal de begeleiding, in combinatie met de goede inzet van de moeder hopelijk leiden tot goede resultaten.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] met ingang van 14 april 2026 tot 14 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 door mr. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 16 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.