Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
De feiten
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant om toestemming te verkrijgen voor de wijziging van de verblijfplaats van een minderjarige en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening. De minderjarige verbleef sinds juni 2023 bij pleegouders, maar is sinds 29 maart 2026 zonder voorafgaande toestemming overgeplaatst naar een gezinshuis buiten de regio.
De kinderrechter constateert dat deze overplaatsing zonder de vereiste toestemming heeft plaatsgevonden, wat niet de normale procedure is. Desondanks is gebleken dat de overplaatsing in het belang van de minderjarige is, omdat de pleegouders de zorg niet langer kunnen dragen en het gezinshuis gespecialiseerde zorg en behandeling kan bieden die noodzakelijk is voor de minderjarige.
De moeder en pleegmoeder hebben hun standpunten kenbaar gemaakt, waarbij de moeder het liefst ziet dat de minderjarige en haar broer samen geplaatst worden, en de pleegmoeder benadrukt dat de zorgbehoefte van de minderjarige niet meer door hen kan worden vervuld. De kinderrechter benadrukt het belang van het perspectief van de minderjarige en de omgang met moeder, pleegouders en broer.
De kinderrechter verleent alsnog toestemming voor de wijziging van de verblijfplaats en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling op 24 oktober 2026. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: De kinderrechter verleent toestemming voor wijziging verblijfplaats en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 24 oktober 2026.