De vrouw heeft een verzoek ingediend om voor recht te verklaren dat zij alleen belast is met het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, geboren uit een relatie met de man. De minderjarige verblijft bij de vrouw, die de Slowaakse nationaliteit heeft, terwijl de man Pools is. De rechtbank beoordeelt eerst haar rechtsmacht en toepasselijk recht, waarbij wordt vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is vanwege de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland.
De rechtbank stelt vast dat de vrouw en de man niet gehuwd zijn geweest en geen geregistreerd partnerschap hebben. De man heeft het kind erkend vóór 1 januari 2023, waardoor hij niet automatisch gezag heeft. Er is geen gezamenlijk gezag geregistreerd. Daarom oefent de vrouw het gezag alleen uit. De rechtbank wijst het verzoek tot aantekening van deze beslissing in het gezagsregister af, omdat een verklaring voor recht niet in het Besluit gezagsregister is opgenomen.
Ook wordt het verzoek om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren afgewezen, omdat een verklaring voor recht doorgaans niet ten uitvoer kan worden gelegd. De rechtbank wijst het verzoek tot verklaring voor recht toe en wijst het overige af. De beschikking is uitgesproken op 2 april 2026 door rechter M. Voorn.